
Gent, juni 1916. De stad leeft onder Duitse bezetting, het front ligt aan de IJzer, en toch meldt Het Volk die maand droogweg: “In de Stuiverstraat, in het lokaal der Universiteit, is een Aquariumtentoonstelling geopend.”1 Het is de vroegste Belgische aquariumtentoonstelling die ik in de gedigitaliseerde kranten heb teruggevonden, en ik blijf het een wonderlijk beeld vinden: mensen die midden in de Grote Oorlog de deur uit gaan om naar visjes te kijken. De liefde voor water achter glas zat hier toen blijkbaar al diep. Het idee zelf kwam nochtans van elders.
De vonk was Brits: Londen kreeg in 1853 het eerste publieke aquarium ter wereld, ingericht door Philip Henry Gosse, en diens bestseller joeg daarna een heuse rage door Engeland. De motor was Duits: daar werd de tropische, verwarmde liefhebberij volwassen en groeide Hamburg uit tot de grote Europese invoerhaven.2 Wie de eerste hoofdstukken van dit boek gelezen heeft, kent die twee verhalen al. De vraag voor dit hoofdstuk is een andere: hoe raakte dat alles tot bij ons? Het antwoord loopt langs twee wegen, en ze komen allebei in Antwerpen uit.
Langs de haven en langs de kolonie
De eerste weg is de haven. Naarmate de stoomvaart betrouwbaarder werd, groeiden er Europese handelsroutes voor siervissen, en in de Franstalige hobbyliteratuur wordt Antwerpen genoemd als een van de knooppunten, naast Hamburg en Amsterdam.3 Hoe groot dat Antwerpse aandeel precies was, durf ik op basis van de bronnen niet te zeggen. Het mechanisme kennen we wel. Voor Rotterdam en Amsterdam is gedocumenteerd dat matrozen exotische visjes meebrachten als bijverdienste, en voor Antwerpen leeft datzelfde verhaal in de mondelinge overlevering: de eigenaar van de oudste aquariumzaak van het land heeft het mij nog uit de eerste hand verteld.3 Vóór het tijdperk van het luchttransport kon het trouwens moeilijk anders. Tropische vis kwam per schip, of ze kwam niet.
De tweede weg is de kolonie. België had iets wat geen enkel ander land in dit boek heeft: Congo. Al in 1897 liet Leopold II op de grote Congo-tentoonstelling in Tervuren Centraal-Afrikaanse vissen zien, zij het op sterk water, in bokalen met formaline. Dat was wetenschap, van een hobby was nog geen sprake. Een jaar later kwam er het Congomuseum, en publiceerde G.A. Boulenger er zijn eerste wetenschappelijke werk over de vissen van de Congostroom.4 Zo werd vroeg een kennisbasis gelegd waarop de latere invoer van levende Afrikaanse siervissen kon voortbouwen. Onthoud die Congolese lijn: ze loopt als een zilveren draad door de rest van dit hoofdstuk.
Intussen kreeg het grote publiek zijn eigen vensters op de onderwaterwereld. Brussel opende in 1906 een publiek aquarium bij het Ter Kamerenbos, dat het volhield tot kort voor de Tweede Wereldoorlog, en het aquariumgebouw van de Antwerpse Zoo dateert van rond 1910 en staat er vandaag nog altijd.5 Zulke instellingen waren de etalage van de liefhebberij: wie er als kind zijn neus tegen het glas had gedrukt, wilde later zoiets in het klein op zijn dressoir. Tegen die achtergrond valt de Gentse tentoonstelling van 1916 al veel minder uit de lucht.

Nymphea, Barbus en de mannen van het eerste uur
Georganiseerd raakte de Vlaamse liefhebberij in het interbellum, en je kunt dat zelfs tellen. Het woord “aquariumliefhebbers” duikt in de Nederlandstalige pers voor het eerst op op 12 februari 1933, clustert in de jaren 1933 tot 1936, valt stil tijdens de oorlog en piekt dan massaal in 1949 tot 1951.6 De kalender van de georganiseerde hobby staat, met andere woorden, gewoon in de krantenkolommen te lezen.
De vroegst gedocumenteerde Vlaamse vereniging is Gents. In november 1932 verscheen in De Gentenaar de stichtingsaankondiging van “Nymphea”: “Eene maatschappij is gesticht te Gent onder den naam ‘Nymphea’… voor doel de uitbreiding der levende natuur onder al hare vormen… in verband met aquariumliefhebberij.” De club haalde meteen wetenschappelijke rugdekking in huis met professor Van Oye, hydrobioloog aan de Gentse universiteit, als erevoorzitter, en belegde haar eerste maandvergadering op zondag 4 december 1932 op de Koornmarkt. In februari 1933 stond er al een voordracht over “de verlichting der aquariums” op het programma, en de club overleefde bovendien de oorlog: de perssporen lopen door tot in mei 1948.7
En dan Antwerpen. In de zomer van 1934 opende in de gemeentelijke feestzaal aan de Turnhoutsebaan in Borgerhout een siervistentoonstelling met een zeventigtal aquaria, ingericht door de aquariumhoudersvereniging Barbus onder voorzitter E. Coomans. Het Handelsblad schreef dat het “de eerste maal te Borgerhout, en wellicht ook wel in België” was dat zoiets werd ingericht.8 Dat laatste was journalistieke geestdrift, Gent was de Antwerpenaars immers voor geweest, al zegt de zin veel over hoe groots het moet hebben aangevoeld: zeventig bakken, schepenen die het lint kwamen doorknippen, volk over de vloer.
Wanneer Barbus precies gesticht werd, hangt af van welke bron je openslaat. De historiek-special die het bondsblad in 2022 publiceerde, houdt het op 15 februari 1933, te Deurne.9 De kranten tonen de club vanaf juli 1934 in vol bedrijf in Borgerhout, met jaarlijkse zomertentoonstellingen in 1934, 1936, 1937 en 1938.8 Die twee gegevens spreken elkaar minder tegen dan het lijkt: Deurne en Borgerhout liggen tegen elkaar aan, en een club die in de zomer van 1934 al zeventig aquaria bijeenkrijgt, bestond duidelijk al een hele tijd. Ergens in 1933, aan de Antwerpse oostrand, dus. Een dag op de kalender prik ik pas wanneer er een stichtingsverslag uit 1933 zelf boven water komt.
Barbus stond niet alleen. De club sloot zich aan bij een groep verenigingen rond het maandblad Ons Aquarium, dat vanaf mei 1934 door De Aquariumvrienden werd uitgegeven, en in de jaargang 1937 van dat blad staat een bewogen verslag over een kersverse “BBATH”, een Belgische bond van aquarium- en terrariumhouders.9 Die eerste bond zou de oorlog niet overleven, al bewijst hij dat het idee van een nationale koepel al vóór 1940 in de lucht hing. In Berchem hield de aquariumclub Betta Splendens in september 1938 dan weer een week lang een tentoonstelling in de Drie Koningenstraat.10 Hoe de noorderburen zich in diezelfde jaren organiseerden en welke tuin achter glas daar groeide, las u eerder in dit boek al. Toen viel de oorlog over dat alles heen, en werd het vijf jaar stil.
Guppen voor twee frank
Na de bevrijding werd de draad verrassend snel weer opgepakt. Op 30 september 1946 werd in Antwerpen A.H.V. Rosaceus gesticht, de vereniging van waaruit dit boek geschreven is, met Fred Tempels als een van de medestichters.11 In diezelfde maanden had Het Handelsblad alweer een vaste rubriek “Ons Aquariumhoekje”, die lezers met vragen doorverwees naar Barbus in Borgerhout, compleet met telefoonnummer, en in december 1946 begon datzelfde Barbus als eerste Belgische club opnieuw een eigen maandblad uit te geven.129 Antwerpen gonsde weer.
Hoe die naoorlogse hobby er in de huiskamer uitzag, weten we dankzij een interview dat het bondsblad in 1999 afnam van Wilfried Jacobs, die in 1948 als veertienjarige begon. “In 1948 was een aquarium ofwel een bokaal ofwel een glazen accubak. Dat glas was dan nog niet heel helder,” vertelde hij. Zijn eerste tropische vissen waren guppen, gekocht bij een liefhebber voor 2 frank het stuk (omgerekend een paar eurocent). Later knutselde hij eigenhandig een rechthoekige bak in elkaar “met kaderglas, dunne zinkplaten en stopverf”. Ziekten waren volgens hem “een regelrechte ramp”: de stip was in de tijd vóór de elektrische verwarming dodelijk, en het enige lapmiddel was methyleenblauw. En wie het hogerop zocht, betaalde zich blauw aan de gewone neon: tot 100 frank per stuk, omgerekend zowat tweeënhalve euro. Leg dat naast die gup van 2 frank en je begrijpt de verhoudingen: vijftig guppen voor één neon. Het soortenpalet was verder klein en vertrouwd, citroenzalmpjes, minors, zwartrokjes en zwarte neons somt Jacobs op, en de meeste van die vissen werden hier gekweekt en veel minder ingevoerd. Wat hem na een halve eeuw het scherpst was bijgebleven, was trouwens geen aankoop: “Ik was bovendien fier toen mijn maanvissen voor het eerst aflegden in mijn gezelschapsaquarium.”13
Wie het bij geen liefhebber vond, kon intussen naar de winkel, want de oudste gespecialiseerde zaken van het land stammen precies uit deze jaren. Aquaria Antwerp begon in 1947 als een klein winkeltje in het Antwerpse centrum en verhuisde in 1960 naar Aartselaar. Volgens het verhaal dat de eigenaar zelf doorvertelt, haalde de zaak haar vissen in het begin rechtstreeks van aanmerende schepen: er werden aquaria aan boord geplaatst, zodat levende vis van over de hele wereld de Scheldekaaien haalde.14 Een jaar later, in 1948, opende Fred Tempels De Siervisvriend, en dat is dezelfde Tempels die twee jaar eerder Rosaceus mee boven de doopvont had gehouden; de zaak bleef daarna generaties lang in de familie.14 Zo dicht zaten clubbank en toonbank in die jaren op elkaar.

De bond uit de Pelikaanstraat
Ondertussen groeide in Antwerpen iets groters. Uiterlijk in april 1948 bestond de “Verbroedering der Antwerpse Aquarium- en Terrariumverenigingen”, een samenwerkingsverband van een vijftiental clubs, en die Verbroedering gaf vanaf diezelfde maand een maandblad uit: het “V.A.A.T.V. maandblad voor Aquarium- en Terrariumkunde”, aan 5 frank per nummer (een dikke tien eurocent).9 In de welkomstgroet van het allereerste nummer onderstreepte Jan Kokelenberg het belang van een eigen blad en brak hij een lans voor een heus “Belgisch Verbond”.9 Eind maart 1949 prees Het Laatste Nieuws het blad nog aan als “het enige welk in België aan deze stof gewijd wordt”; een abonnement kostte 50 frank per jaar (omgerekend zowat 1,25 euro) en proefnummers waren te krijgen bij de heer Huybrechts in Borgerhout.15 Twee weken later was het zover.
Op 10 april 1949 kwamen de clubs, op impuls van diezelfde Verbroedering, samen in lokaal Samson in de Antwerpse Pelikaanstraat voor de eerste stichtingsvergadering van de Belgische Bond voor Aquarium- en Terrariumhouders, de BBAT. Een tweede vergadering volgde op 2 oktober 1949, en de vzw-statuten verschenen op 13 mei 1950 in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad.916 Het maandblad van de Verbroedering groeide uit tot het bondsblad Aquariumwereld, en daar zit een pointe in die de redactie van dat blad zelf met plezier vertelt: Aquariumwereld bestond eerder dan de bond die het vandaag uitgeeft.9
En nu het stukje geschiedenis waar ik, dat geef ik grif toe, met extra plezier over schrijf. In de lijst van stichtende leden van de BBAT staat Rosaceus Antwerpen, onze eigen club, naast onder meer Barbus Antwerpen, Gracilis Hoboken, Nymphaea Gent en Oostende Platy. En in de allereerste bestuursploeg staat te lezen: “2de voorzitter: Jan Kokelenberg van Rosaceus”. Dezelfde Kokelenberg die in 1948 al voor een Belgisch verbond had gepleit, en die later bondsvoorzitter en hoofdredacteur van Aquariumwereld zou worden.9 Eerste voorzitter werd A. Dubois, een apotheker uit Hemiksem. Oudere liefhebbers herinnerden zich decennia later trouwens nog een apotheker Dubois die haast onbetaalbare killies naar hier bracht, “enkel bestemd voor gevorderden”; de bronnen zeggen er niet bij of het om dezelfde man gaat, al staat de naam er in beide gevallen.913 Wie vandaag de stamnummers van het Antwerpse bondsgewest naast elkaar legt, leest die pioniersjaren er nog in af: Barbus draagt nummer A01, het laagste en dus het oudste, en Rosaceus staat op A04.17
De jonge bond ging meteen aan de slag. Nog in 1949 liep in de marmeren zaal van de Antwerpse Zoo de tentoonstelling “Het aquarium in de huiskamer”, en 1951 bracht de eerste Congresdag in Knokke plus de tentoonstelling “Wonderland II” aan de Meir, goed voor ruim tweeduizend bezoekers.18 In juni 1954 stond de eerste kleurenplaat in Aquariumwereld, een bijlzalm.9 In 1960 waagde de bond zich zelfs aan Aqua-Monde, een Franstalige zusteruitgave die lezers moest aantrekken in Wallonië en in Belgisch-Congo. Het werd, uitgerekend in het jaar van de Congolese onafhankelijkheid, een bittere financiële aderlating.18 Toch zegt de poging veel over waar de Belgische liefhebber met zijn hoofd zat: de as tussen de Schelde en de Congostroom was voor hem vanzelfsprekend.
Gekweekt werd er in die jaren als nooit tevoren; de jaargangen van het bondsblad staan vol verslagen. Eén ervan wil ik hier alvast op tafel leggen. In de jaargang 1962 doet een zekere M. Raes verslag van een kweek van 724 congozalmen.9 Zevenhonderdvierentwintig stuks van die grote, glanzende zalm uit het Congobekken, grootgebracht in een Vlaamse huiskamer, amper twee jaar na de onafhankelijkheid van het land waar hij vandaan komt. Onthoud die vis. Helemaal aan het einde van dit boek, in een ander tijdperk en op het grootste podium dat deze liefhebberij kent, zwemt hij nog één keer voorbij.
Veel van wat toen gebouwd werd, staat er nog. Clubs die in 1949 mee aan de wieg van de bond stonden, bestaan vandaag nog altijd; de historiek-special van 2022 drukte hun namen vet, en Rosaceus staat er vetgedrukt tussen.9 Het bondsblad houdt evengoed stand: medio 2026 zit Aquariumwereld aan jaargang 79, tegenwoordig tweemaandelijks en in kleur,19 en wie het verleden liever tastbaar heeft, vindt volgens de erfgoedsite Etwie in Kapellen zelfs een klein bondsmuseum met antieke aquaristica, op de zolder van het clubhuis.20 De structuur groeide intussen gewoon verder: rond 1969 kwam er onder de nationale bond een Vlaamse Federatie van Aquarium Klubs bij, en later volgden ook provinciale verbonden.16 En het clubleven bleef doen wat het in 1934 al deed: nieuwigheden binnenhalen, tonen en doorgeven. Toen aquascaping onze streken bereikte, ging dat langs dezelfde zaaltjes. In februari 2016 kwam een lid van Rosaceus bij zusterclub Aquatom in Berchem “DE trend van de laatste jaren” toelichten, waarna de leden in groepjes zelf een aquascape bouwden.21 Tachtig jaar na de zeventig bakken van Barbus stonden er in een Antwerps clublokaal dus alweer handen in het water. Wat er in de tussentijd aan de andere kant van de wereld gebeurd was, en waarom die avond over “aquascaping” ging en over een Japanse fotograaf, dat is het verhaal van het volgende deel van dit boek.

Noten
- Het Volk, 21 juni 1916, p. 2 (Nederlands); geraadpleegd via BelgicaPress (KBR), https://www.belgicapress.be/ ↩
- London Zoo, geschiedenis van ’s werelds eerste aquarium (Engels), https://www.londonzoo.org/ · Wikipedia, “Philip Henry Gosse” (Engels), https://en.wikipedia.org/wiki/Philip_Henry_Gosse · Novák, Kalous & Patoka, “Modern ornamental aquaculture in Europe: early history of freshwater fish imports”, Reviews in Aquaculture, 2020 (Engels). ↩
- aquariophilie.org, geschiedenis van de siervishandel (“des circuits commerciaux se développent, notamment à Hambourg, Anvers, Amsterdam”) (Frans), https://www.aquariophilie.org/ · NBAT, “Geschiedenis aquariumliefhebberij en oprichting Nederlandse Bond Aqua Terra (deel 1)” (Nederlands), https://nbat.nl/geschiedenis-aquariumliefhebberij-en-oprichting-nederlandse-bond-aqua-terra-deel-1/ · mondelinge getuigenis van de eigenaar van Aquaria Antwerp aan de webmaster van A.H.V. Rosaceus. ↩
- AfricaMuseum (Tervuren), “History of the Ichthyology unit” (Engels), https://www.africamuseum.be/ ↩
- Wikipédia, “Aquarium public de Bruxelles” (Frans), https://fr.wikipedia.org/wiki/Aquarium_public_de_Bruxelles · Wikipedia, “Antwerp Zoo” (Engels), https://en.wikipedia.org/wiki/Antwerp_Zoo ↩
- Woordonderzoek in de gedigitaliseerde Belgische pers: “aquariumliefhebbers” voor het eerst in Het Laatste Nieuws van 12 februari 1933, cluster 1933-1936, piek 1949-1951 (Nederlands); BelgicaPress (KBR), https://www.belgicapress.be/ ↩
- De Gentenaar, 24 november 1932, p. 5 (stichtingsaankondiging Nymphea) en Het Laatste Nieuws, 12 februari 1933, p. 9 (Nederlands); perssporen tot De Gentenaar, 20 mei 1948; geraadpleegd via BelgicaPress (KBR), https://www.belgicapress.be/ ↩
- Het Handelsblad, 30 juli 1934, p. 2 (siervistentoonstelling van Barbus te Borgerhout); zomertentoonstellingen ook gemeld in 1936, 1937 en 1938 (Nederlands); geraadpleegd via BelgicaPress (KBR), https://www.belgicapress.be/ ↩
- Historiek-special “75 jaar Aquariumwereld”, Aquariumwereld, jg. 75 (2022) nr. 1, BBAT (Nederlands); Rosaceus-tijdschriftenarchief. ↩
- Het Handelsblad, 22 september 1938, p. 3 (tentoonstelling Betta Splendens, Drie Koningenstraat, Berchem) (Nederlands); geraadpleegd via BelgicaPress (KBR), https://www.belgicapress.be/ ↩
- Intern archief A.H.V. Rosaceus: “HISTORIEK van A.H.V. ROSACEUS” en aanverwante clubdocumenten (Nederlands). ↩
- Het Handelsblad, 4 december 1946, p. 5, rubriek “Ons Aquariumhoekje” (Nederlands); geraadpleegd via BelgicaPress (KBR), https://www.belgicapress.be/ ↩
- “De redactie sprak met… Wilfried F.A. Jacobs”, interview door Patrick Loosveldt, Aquariumwereld, jg. 52 (1999) nr. 11, BBAT (Nederlands); Rosaceus-tijdschriftenarchief. ↩
- Aquaria Antwerp, bedrijfsgeschiedenis (Nederlands), https://www.aquaria-antwerp.be/ · De Siervisvriend, geschiedenis van de zaak (Nederlands), https://www.desiervisvriend.be/ · het schepenverhaal: mondelinge getuigenis van de eigenaar van Aquaria Antwerp aan de webmaster van A.H.V. Rosaceus. ↩
- Het Laatste Nieuws, 28 maart 1949, p. 2 (het maandblad van de Verbroedering der Antwerpse Aquarium- en Terrariumverenigingen) (Nederlands); geraadpleegd via BelgicaPress (KBR), https://www.belgicapress.be/ ↩
- BBAT, doel en geschiedenis (Nederlands), https://www.bbat.be/ ; vzw-statuten in de Bijlage tot het Belgisch Staatsblad van 13 mei 1950. ↩
- Federatielogo- en stamnummerarchief van het BBAT-gewest Antwerpen, intern archief A.H.V. Rosaceus. ↩
- Roland Sneyers, “1949 – 1999: 50 jaar BBAT-werking”, Aquariumwereld, jg. 52 (1999) nr. 1, BBAT (Nederlands); Rosaceus-tijdschriftenarchief. ↩
- Aquariumwereld (officieel orgaan van de BBAT), startpagina, Nederlands, https://www.aquariumwereld.be/ ↩
- Etwie, “Museum Belgische Bond voor Aquarium- en Terrariumhouders”, Nederlands, https://etwie.be/nl/kennisbank/actoren/museum-belgische-bond-voor-aquarium-en-terrariumhouders (alleen via zoekfragment geraadpleegd) ↩
- Aquatom Magazine (A.H.V. Aquatom Berchem), 2016 nr. 2, p. 7, verslag van de ledenvergadering van februari 2016 (Nederlands); Rosaceus-clubbladenarchief. ↩
Dit is hoofdstuk 5 uit De aquascapingwereld, het boek van Alexander Craen over de geschiedenis en de wereld van het aquascapen. Lees het voorwoord en de volledige inhoudsopgave.
© 2026 Alexander Craen / A.H.V. Rosaceus. Overname enkel met schriftelijke toestemming.


