Het straatje en de keurmeester

De Hollandse plantenbak
De Hollandse plantenbak “The Enchanted Garden” van Shay Fertig: dichte plantenstraten in contrasterende kleuren en bladvormen, met discussen als stoffering. Foto: Shay Fertig, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

Wie voor het eerst voor een echte Hollandse plantenbak staat, zoekt onwillekeurig naar wat er ontbreekt. Geen rots. Geen stronk hout die kunstig boven de bodem zweeft. Zelfs de vissen lijken figuranten: een schooltje licht even op tussen het groen en is weer verdwenen. Wat overblijft is plant, louter plant, van vlak achter de voorruit tot tegen het achterglas, in groepen die er zo verzorgd bij staan dat je vermoedt dat hier wekelijks iemand met een schaartje door het water gaat. Dat vermoeden klopt. In deze school is de schaar wat het penseel is voor de schilder: het gereedschap waarmee wekelijks wordt rechtgezet wat de natuur eigenzinnig anders wou.

Het Nederlandse plantenaquarium, bij liefhebbers kortweg de Hollandse bak, draait helemaal om die planten. Een Nederlandstalige gids voor beginnende aquascapers zegt het zonder omwegen: “In tegenstelling tot de vissen, spelen de planten een centrale rol binnen het Nederlandse aquarium.” De stijl komt vrijwel zonder steen of hout en steunt op wat diezelfde gids de precisieopstelling van waterplanten noemt, op basis van hun kleur en textuur. De wortels liggen in de jaren dertig, en diezelfde tradities worden tot vandaag gehanteerd.1

Regels in de kunst: er zijn mensen die daarvan gruwen. Die mogen bedenken dat een sonnet ook maar veertien regels telt, en dat daar al eeuwen poëzie in past. De Hollandse school heeft haar eigen versmaat, en wie ze kent, leest een goed ingerichte bak zoals een dichter een sonnet leest: hij ziet de vorm en wat de maker binnen die vorm heeft klaargespeeld. Die maat is tien centimeter.

Hollandse plantenbak met dicht aangeplante groepen: elke soort tekent zich tegen haar gebuur af in kleur, bladvorm en bladgrootte
Hollandse plantenbak met dicht aangeplante groepen: elke soort tekent zich tegen haar gebuur af in kleur, bladvorm en bladgrootte. Foto: Depositphotos

Eén soort per tien centimeter

De beroemdste vuistregel van de school is ontwapenend eenvoudig: één plantensoort per tien centimeter lengte van de bak. Op een voorruit van een meter twintig passen dus twaalf plantengroepen, geen dertien. En de buren mogen vooral niet op elkaar lijken: tussen naburige groepen hoort voldoende contrast in kleur, bladvorm en bladgrootte.2 Fijn geveerd loof naast breed, stevig blad, frisgroen naast wijnrood: elke groep moet zich tegen zijn gebuur aftekenen zoals een haag tegen een border. Dat contrastdenken is de motor van de hele compositie. Wie ooit met een vouwmeter voor zijn eigen bak heeft gestaan (ik beken), weet hoe streng zo’n simpel getal kan zijn.

Soberheid is het tweede gebod. Een Hollandse bak is voor ongeveer zeventig procent beplant en de planten staan er dicht op elkaar; steen en hout zul je er volgens een Nederlandse stijlgids “bijna nooit tegenkomen”, want “het draait om de eenvoud”.3 Meer dan tien à twaalf soorten telt een goede bak zelden, en de groepjes moeten samen “een solide geheel” worden, zoals een liefhebbersblog de stijl van de jaren dertig samenvat.4

NBAT-auteur Wilco Piest hanteert in “De kunst van het inrichten” exact dezelfde maat, hooguit één plantengroep per tien centimeter aquariumlengte, en voegt er het voorschrift aan toe dat de hele school in één zin vat: maximaal één steensoort en maximaal één houtsoort per aquarium.5 Ligt er dan toch een kei in de bak, dan is het familie van de enige andere kei.

Waar de vis staat in deze school, is intussen duidelijk: hij is een toevoeging aan de compositie. De richtlijn vraagt scholen van minstens twaalf stuks, meerdere scholen mag, zolang de bak niet overbevolkt raakt.6 De vis stoffeert het groen, zoals een merel een gazon stoffeert.

Straatjes, terrassen en luifels

Lobelia cardinalis, de klassieke plant van het Hollandse straatje, hier boven water in bloei
Lobelia cardinalis, de klassieke plant van het Hollandse straatje, hier boven water in bloei. Foto: Hardyplants, CC0, via Wikimedia Commons

En dan het handelsmerk van de school: het straatje. Het recept, in de woorden van dezelfde beginnersgids: “plant vooraan breed en maak de plantengroep smaller naargelang ze verder naar achter lopen”. Zo’n versmallend pad van planten trekt het oog de diepte in, zoals een landweggetje dat doet op een schilderij, en soms laat de inrichter het straatje achter een andere groep verdwijnen, alsof het daar gewoon doorloopt.7 Het is het oudste trucje van de tuinarchitect: een pad hoeft nergens heen te leiden, zolang het maar ergens heen lijkt te leiden. In een bak van amper een halve meter diep tovert zo’n straatje denkbeeldige meters bij.

Elke traditie heeft haar vaste bewoners. Een Nederlandse aquascapingblog noemt als klassieke straatjesplanten de Lobelia, het Leidse plantje en de vaantjesplant, en tekent erbij dat de kijkrichting bepaalt in welke richting de straatjes lopen.8 Alleen die namen al: het Leidse plantje, de vaantjesplant. Het zijn koosnamen van eigen kweek, en je hoort er de huiskamers van drie generaties liefhebbers in.

Hoe zo’n bak tot stand komt, beschrijft Wim Steinhoff op de starterspagina’s van de NBAT, en het begint droogjes op papier: eerst een plattegrond maken. Daarna kies je een schuine kijkrichting, want die geeft dieptewerking, en verdeel je het vlak in negen secties; op de snijpunten liggen de sterke plekken. Dan pas wordt er gebouwd. Terrassen van stenen, kienhout, leisteen of purschuim tillen de bodem trapsgewijs op; alleen lavasteen laat je liggen, omdat vissen zich eraan kunnen openhalen. De lage planten komen vooraan en de hoge achteraan, en één groep mag “luifelen”: langs het wateroppervlak uitgroeien tot een groen afdak waar het licht gezeefd onderdoor valt. De techniek, ten slotte, verdwijnt: thermometer, filter en verwarming worden achter natuurlijke elementen gecamoufleerd.9 Wat de toeschouwer ziet, is een landschap; dat er ergens een buis zuigt en een spiraal gloeit, moet hij maar geloven.

Die begroeide niveaus kregen intussen zelfs een Engels etiket mee: in de Nederlandse stijlgidsen heten de terrassen tegenwoordig ook “Dutch Streets”.10 Een klein eerbetoon, als je erover nadenkt: ook wie geen woord Nederlands spreekt, bouwt zijn straatjes op zijn Hollands.

Plantengroepen als kleurvlakken op een doek: wijnrood, roze en frisgroen naast elkaar, van laag vooraan naar hoog achteraan
Plantengroepen als kleurvlakken op een doek: wijnrood, roze en frisgroen naast elkaar, van laag vooraan naar hoog achteraan. Foto: Depositphotos

De Nachtwacht onder water

Blijft de vraag waar in dat groene plan de blikvanger thuishoort. Het antwoord van de Hollandse school komt regelrecht uit de schilderkunst. In “De kunst van het inrichten” legt Wilco Piest de volledige gereedschapskist op tafel: de sterke punten van de bak liggen op de gulden snede, in de praktijk vaak vereenvoudigd tot één staat tot twee of de regel van derden, en op zo’n snijpunt hoort de dominante plantengroep of blikvanger. Piest tekent gouden spiralen, haalt de reeks van Fibonacci erbij, trekt denkbeeldige lijnen tussen de plantengroepen en bouwt driehoekscomposities. En dan hangt hij, midden in een stuk over aquariuminrichting, de Nachtwacht op: Rembrandts doek, geanalyseerd als compositieles voor aquarianen.11

Toen ik dat artikel voor het eerst las, moest ik grinniken. Daarna werd ik stil. Een aquariumbond die bij Rembrandt te rade gaat om uit te leggen waar je straatje moet uitkomen: dat zegt precies hoe deze school zichzelf ziet. Dit is compositiekunst van eigen bodem, met een eigen taal die hier al gesproken werd lang voordat de Japanse golf, die verderop in dit boek haar eigen deel krijgt, onze huiskamers bereikte. Alleen droogt dit schilderij nooit. Het groeit. Elke week schuift de compositie een eindje op, en dus snoeit de schilder zijn doek wekelijks terug.

De keurmeester komt aan huis

En zoals elke tuin wil ook deze bekeken worden, het liefst door iemand die er verstand van heeft. Een dinsdagavond in oktober, ergens in Nederland. De woonkamer is voor de gelegenheid nog eens grondig gekuist, de koffie staat klaar en boven de bak brandt de verlichting alsof het middag is. Vanavond komt de keurmeester. Hij belt aan, hangt zijn jas over een stoelleuning, drinkt eerst rustig een kop koffie en schuift dan een stoel tot vlak voor het aquarium. Daar blijft hij zitten, een avond lang. Hij kijkt, stelt vragen, buigt zich naar de hoeken van de bak en noteert. De liefhebber zit ernaast, in de zetel waar hij zelf elke avond zit, en probeert zijn eigen aquarium te bekijken met de ogen van een vreemde.

Ik ken geen tweede kunstvorm die zo werkt. Een schilder brengt zijn doek naar de galerie, een fotograaf stuurt een afdruk op. De aquariaan kan dat allemaal niet: zijn kunstwerk hangt met slangen, kabels en een paar honderd liter water aan de woonkamer vast. In de Lage Landen heeft men de zaak daarom omgedraaid, en reist de jury naar het kunstwerk. Elk najaar, in oktober en november, zenden de leden van de Nederlandse verenigingen hun bak in, waarna één keurmeester van huiskamer naar huiskamer trekt om te keuren, in categorieën die het hele vivarium bestrijken: gezelschapsaquaria, biotoopaquaria, zeewateraquaria, paludaria en terraria, en zelfs de vijver in de tuin.12

Dat systeem heeft een geboortejaar, en het is hetzelfde jaar waarin de regels van hierboven op papier kwamen. In 1956 publiceerde de bond haar inrichtingsregels, “die beginners (en gevorderden) zouden moeten helpen”,1 en in de geschiedschrijving van de NBAT staat datzelfde jaar geboekstaafd als het jaar waarin “eenheidskeuren tot stand” kwamen en de bond twaalf gediplomeerde keurmeesters telde.13 Twaalf gediplomeerden voor een heel land, veel was het niet, en toch stond daarmee het principe: voortaan werd een bak in Groningen langs dezelfde lat gelegd als een bak in Maastricht, door iemand die daarvoor gestudeerd had. Lang voor iemand van internet of wedstrijdfoto’s had gehoord, bestond hier dus al een landelijke standaard om woonkamers met elkaar te vergelijken.

Die woonkamer kan trouwens evengoed bij ons liggen. Ook de BBAT organiseert haar nationale huiskeuring, in disciplines die van het gezelschapsaquarium tot het terrarium reiken,14 en in Limburg trekken al sinds 1986 gediplomeerde keurmeesters van huiskamer naar huiskamer om de vivaria van de leden thuis te beoordelen.15 Wie in Vlaanderen zijn bak inzendt, mag dus dezelfde bel verwachten, dezelfde kop koffie en dezelfde stoel vlak voor het glas; alleen de tongval van de keurmeester verschilt.

De man die de vissen natelde

Kijk naar wat die keurmeester komt doen. De keuringsrichtlijnen van de bond winden er geen doekjes om en spreken van “een accentverschuiving van het esthetische naar het biologisch verantwoord houden van dier en plant”.16 Een jury die naar kunst komt kijken, begint dus met de vraag of alles wel leeft. Glanzen de vissen, groeien de planten, klopt de bezetting bij de maat van de bak? Pas wanneer het leven in orde is bevonden, komt de schoonheid aan de beurt. Op de bondssite heet de keuring bovendien “een ontspannen ontmoeting met een keurmeester die vanuit ervaring vaak kan bijdragen aan verbetering van uw vivarium”.17 U krijgt punten, jawel, en daarnaast een avond gratis raad van iemand die al honderden bakken van dichtbij zag.

Hoe zo’n keuring er in de praktijk aan toegaat, staat mooi gedocumenteerd in het verslag van de kampioensbak van J.A.M. Kouwenhoven uit 1995, bewaard op de site van de NBAT. Kouwenhoven, lid van Danio Rerio in Delft, werd met zijn gezelschapsaquarium districtskampioen van Zuid-Holland Noord en mocht door naar de landelijke huiskeuring. Zijn bak mat 150 bij 57 bij 47 centimeter en telde zestien plantensoorten.18

En dan het keuringsverslag. De keurmeester legde er de klassieke maatstaf naast, “voor elke 10 cm voorruitlengte maximaal één plantensoort”. Reken gerust even mee: zestien soorten op honderdvijftig centimeter voorruit, dat is er volgens de letter van die regel net eentje te veel, en zoiets ontsnapt in dit systeem aan niemand. Vervolgens telde hij de vissen. Echt geteld: “Voor deze maat aquarium zijn acht marmerbijlzalmen, tien stuks kegelvlekbarbelen en drie stuks Otocinclus voor een goed welzijn van de vissen iets te kleine aantallen.”18 Daar zat een man in een Delftse woonkamer bijlzalmpjes na te tellen, en zijn bezwaar luidde dat de scholen voor het welzijn van de vissen te klein waren: in anderhalve meter bak mocht er van hem meer leven zwemmen. Zo kijkt deze school naar haar kunst. Het dier gaat voor het oog, altijd, zelfs bij een kampioen.

Eind 2022 haalde Edwin Kreijkes van AV Natuur in Huis in Rijssen de titel van mooiste gezelschapsaquarium van Nederland binnen. In de plaatselijke krant klonk geen woord over gulden snedes. “Het is een ecosysteem in het klein,” zei Kreijkes, die er twee à drie uur per week aan werkt, en hij gaf en passant de beste definitie van de Hollandse school die ik ken: “tuinieren onder water. Je bent er nooit klaar mee.”19 Zet die tuinman naast de landschapsfotograaf, het beeld dat straks boven het Japanse deel van dit boek zal hangen. De fotograaf zoekt één volmaakt ogenblik, en zodra de sluiter klikt, is het werk gedaan. De tuinman kent zo’n ogenblik niet. Hij kent seizoenen, groei en achterstallig snoeiwerk, en op de duur begrijp je dat daar de kunst in zit: het geduldige knippen, kuisen en herplanten waarmee een compositie overeind blijft in een materiaal dat nooit stilstaat. Daarom is de huiskeuring ook meer dan een folkloristisch trekje van een oude bond. Wat beoordeeld wordt is een ecosysteem met waterwaarden, visscholen en groei, en dat krijg je op geen enkele foto gevangen. De keurmeester die aanbelt en de bijlzalmen natelt, beoordeelt geen momentopname; hij komt kijken hoe het gaat met een klein stuk natuur dat iemand jarenlang, avond na avond, in zijn woonkamer heeft verzorgd.

Plantengroepen dicht in het gelid, rood naast groen, fijn blad naast grof, en nergens een steen: de Hollandse school ten voeten uit, met een school visjes net onder het oppervlak
Plantengroepen dicht in het gelid, rood naast groen, fijn blad naast grof, en nergens een steen: de Hollandse school ten voeten uit, met een school visjes net onder het oppervlak. Foto: Depositphotos

Twee scholen aan één tafel

Leg tot slot twee foto’s naast elkaar op een clubtafel. Op de ene een Hollandse bak: plantengroepen dicht in het gelid, rood naast groen, fijn blad naast grof, en nergens een steen te bespeuren. Op de andere een Japanse natuurbak: één brok steen die de toon zet, een tak hout, planten die doen alsof ze daar toevallig staan. Zet er een thermoskan koffie bij en een handvol liefhebbers van drie generaties, en je hebt de jongste dertig jaar van onze liefhebberij in één tafereel: een familiegesprek over de vraag wat een aquarium eigenlijk wil zijn, een verzameling planten op hun allermooist of een landschap in het klein.

Wie de Nederlandstalige sites naleest, merkt dat wij die twee scholen van in het begin als tegenpolen hebben neergezet, en dat we daarbij verrassend eerlijk waren over onszelf. De site aquascaping-blog.com oordeelt liefdevol streng over de eigen school: “De Hollandse stijl is niet de meest natuurlijke stijl maar blinkt uit in perfectie in het schikken van kleur- en contrastrijke planten.” Perfectie in het schikken: je kan de tuinman achter glas moeilijk juister samenvatten. Bij de gast uit Japan draait volgens dezelfde site alles om “de ‘scène’ en de filosofie erachter”.20

Hoe dat familiegesprek verder afloopt, en wat de twee scholen elkaar op de duur bleken te leren, bewaar ik voor het slot van dit boek. Eerst blijven we nog even dicht bij huis, want hoe onze eigen Belgische liefhebbers aan de bak gingen, is een verhaal apart.

Noten

  1. Aquascaping-blog.com, “Nederlandse aquarium”, Nederlands, https://www.aquascaping-blog.com/199/nederlandse-aquarium/
  2. Aquascaping-blog.com, “Nederlandse aquarium”, Nederlands, https://www.aquascaping-blog.com/199/nederlandse-aquarium/
  3. Aquascapen.nl, “Verschillende aquascape stijlen”, Nederlands, https://www.aquascapen.nl/verschillende-aquascape-stijlen/
  4. Vissenpraat, “Aquascape stijlen ter inspiratie”, Nederlands, https://vissenpraat.wordpress.com/2015/08/28/aquascape-stijlen-ter-inspiratie/
  5. NBAT (Wilco Piest), “De kunst van het inrichten”, Nederlands, https://nbat.nl/de-kunst-van-het-inrichten-2/
  6. Aquascaping-blog.com, “Nederlandse aquarium”, Nederlands, https://www.aquascaping-blog.com/199/nederlandse-aquarium/
  7. Aquascaping-blog.com, “Nederlandse aquarium”, Nederlands, https://www.aquascaping-blog.com/199/nederlandse-aquarium/
  8. Aquascaping-blog.com, “Diepte in het aquarium creëren” (alleen via zoekfragment geraadpleegd), Nederlands, https://www.aquascaping-blog.com/2716/diepte-aquarium-creeren/
  9. NBAT (Wim Steinhoff), “Deel 3: We gaan de bak inrichten (1/2)”, Nederlands, https://nbat.nl/artikelen/voor-starters/deel-3-we-gaan-de-bak-inrichten-1-2
  10. Aquascapen.nl, “Verschillende aquascape stijlen”, Nederlands, https://www.aquascapen.nl/verschillende-aquascape-stijlen/
  11. NBAT (Wilco Piest), “De kunst van het inrichten”, Nederlands, https://nbat.nl/de-kunst-van-het-inrichten-2/
  12. Aquarium Minor, “Keuringen”, Nederlands, https://www.aquarium-minor.nl/keuringen
  13. NBAT, “Geschiedenis aquariumliefhebberij en oprichting Nederlandse Bond Aqua Terra (deel 2)”, Nederlands, https://nbat.nl/geschiedenis-aquariumliefhebberij-en-oprichting-nederlandse-bond-aqua-terra-deel-2/
  14. BBAT, “Regelgeving Nationale Huiskeuring 2013”, Nederlands, http://www.bbat.be/bbat/huiskeuring2013.html
  15. KAV De Zilverhaai (Beringen), “Keuringen (vivariumkeuring/vijverkeuring)”, Nederlands, https://www.zilverhaai.be/clubinfo/activiteiten/380-huiskeuringen-vivariumkeuring-vijverkeuring
  16. NBAT (via Docplayer), “Keuringsrichtlijnen en voorschriften van de Nederlandse Bond Aqua Terra”, Nederlands, alleen via zoekfragment geraadpleegd, https://docplayer.nl/22500480-Keuringsrichtlijnen-en-voorschriften-van-de-nederlandse-bond-aqua-terra.html
  17. NBAT, “Keuringen”, Nederlands, https://nbat.nl/keuringen/
  18. NBAT, “Het gezelschapsaquarium van J.A.M. Kouwenhoven”, Nederlands, https://nbat.nl/het-gezelschapsaquarium-van-j-a-m-kouwenhoven/
  19. De Week van Rijssen, “Edwin Kreijkes: ‘Een aquarium houden is tuinieren onder water'”, Nederlands, https://www.deweekvanrijssen.nl/nieuws/natuur-en-milieu/18099/edwin-kreijkes-een-aquarium-houden-is-tuinieren-onder-water
  20. Aquascaping-blog.com, “Nature style aquarium”, Nederlands, https://www.aquascaping-blog.com/12/nature-style-aquarium/ (alleen via zoekfragment).

Dit is hoofdstuk 4 uit De aquascapingwereld, het boek van Alexander Craen over de geschiedenis en de wereld van het aquascapen. Lees het voorwoord en de volledige inhoudsopgave.

Het straatje en de keurmeester

Weekly Popular