
Een medelid stuurde me deze week een krantenkop door die je niet snel vergeet: “Cafeïne, pijnstillers en cocaïne gevonden in het bloed van haaien bij de Bahama’s.” De krant wees meteen naar duikers die iets gebruikt hadden en daarna in het water plasten. Een grappig plaatje, maar ik dacht meteen: klopt dat wel? Ik ben de échte studie eens gaan opzoeken, en het verhaal dat eronder zit gaat over iets waar wij aquarianen elke dag mee bezig zijn: waterkwaliteit.
Wat hebben ze precies onderzocht?
De studie verscheen op 11 juni 2026 in het vakblad Environmental Pollution onder de titel “Drugs in paradise”. Het werk komt van een internationaal team onder leiding van bioloog Natascha Wosnick van de Federale Universiteit van Paraná in Brazilië, samen met onder meer het Braziliaanse onderzoeksinstituut Fiocruz en de Chileense Universidad Mayor.
De onderzoekers namen bloed af bij 85 haaien in de wateren rond het eiland Eleuthera, zo’n 6,5 kilometer uit de kust bij een oude, niet meer gebruikte viskwekerij. Het ging om drie kustsoorten: de verpleegsterhaai (Ginglymostoma cirratum), de Caribische rifhaai (Carcharhinus perezi) en de citroenhaai (Negaprion brevirostris). Dat bloed testten ze vervolgens op meer dan twintig groepen van legale en illegale stoffen, van antibiotica en antidepressiva tot pijnstillers, cafeïne en cocaïne.
Wat vonden ze in dat bloed?
Bij 28 van de 85 haaien, ruwweg een op de drie, zat minstens één van vier stoffen in het bloed. Cafeïne stak er met kop en schouders bovenuit: 27 haaien hadden er sporen van. Daarna kwam diclofenac, een ontstekingsremmer en pijnstiller die je ook in heel wat gewone pijnpleisters en gels vindt, bij 10 haaien. Paracetamol dook bij 2 haaien op, en cocaïne eveneens bij 2 haaien, waaronder een jonge citroenhaai in een ondiepe kraamkreek waar de kleintjes opgroeien.
Even kaderen, want de koppen draaiden begrijpelijk rond dat ene woord. Cafeïne is gewoon wat in koffie, thee en cola zit. Diclofenac en paracetamol zijn alledaagse pijnstillers uit elk medicijnkastje. Cocaïne is de blikvanger, maar tegelijk de zeldzaamste vondst. Het is wel de eerste keer dat cafeïne ooit in haaien wordt aangetroffen, en de eerste keer dat cocaïne bij haaien rond de Bahama’s opduikt.
“Duikers die plasten”? Dat is niet het hele verhaal
Hier wordt het interessant voor wie verder leest dan de kop. De krant maakte er een verhaal van over duikers die in het water plasten, en die spelen mee, dat zeggen de onderzoekers ook. Maar de hoofdverdachte is een veel grotere pijp: het afvalwater. Deze stoffen komen alleen van mensen, en ze belanden vooral via riolering in zee.
De Bahama’s kennen de jongste jaren een ware explosie aan vakantiehuizen en verhuurwoningen. Meer mensen betekent meer en chemisch ingewikkelder afvalwater, dat er niet altijd goed gezuiverd wordt voor het in zee verdwijnt. De cocaïne kan zelfs van een pakketje komen dat in het water belandde, want de regio ligt op een bekende smokkelroute. Het is dus geen grappig verhaaltje over een haai met een kick, maar een vervuilingsverhaal. Cafeïne wordt door wetenschappers trouwens net gebruikt als verklikker: vind je cafeïne in het water, dan weet je dat er menselijk afvalwater in zit.
Wat merkt zo’n haai daarvan, en wat hebben wij ermee te maken?
In het bloed van de besmette haaien zagen de onderzoekers verschoven waarden van triglyceriden, ureum en lactaat. Dat zijn merkers van stress en van de manier waarop het lichaam met energie omgaat. Welke stof precies wat doet, kunnen ze nog niet zeggen, maar het toont dat zelfs de toproofdieren in een streek die wij als ongerept paradijs zien niet ongemoeid blijven. Wosnick vat het scherp samen: “We beïnvloeden het milieu op manieren die we ons niet eens kunnen voorstellen.”
En daar gaat bij mij een belletje rinkelen, want dit kennen wij. Niemand weet beter dan een aquariaan dat water een gesloten systeem is dat alles onthoudt wat je erin gooit. We meten ons suf op nitraat, pH en hardheid. Medicijnresten en cafeïne zijn precies zo’n nieuwe soort vervuiler waar de waterzuivering amper vat op heeft.
We hebben er zelfs het bewijs van aan onze eigen bak. Behandel je een zieke vis met medicijnen in een aparte ziektebak, dan verdwijnt dat goedje niet vanzelf. We halen het er nadien weer uit met actieve kool en waterverversing, net omdat het anders in het water blijft hangen. Stel je nu een hele baai voor die niemand met actieve kool nafiltert.
De les voor aan onze eigen bak
Twee dingen om mee naar huis te nemen. Oude of vervallen medicijnen horen niet in het toilet of de gootsteen, maar terug naar de apotheker, die ze veilig laat verwerken. Wat je doorspoelt, komt via de zuivering grotendeels weer in ons oppervlaktewater terecht.
En heb je een vis behandeld, kuis je water dan netjes op met actieve kool en een flinke verversing, en giet dat behandelwater niet zomaar in gracht of beek. Het is exact dezelfde les als die van de Bahama’s, alleen op huiskamerformaat: wat in het water gaat, blijft in het water tot iets of iemand het er weer uithaalt. Het sluit naadloos aan bij wat we hier al vaker schreven: een aquarium giet je nooit leeg in de natuur.
Tot slot
Eerlijk, eerst moest ik lachen om die kop over een haai aan de cocaïne. De studie maakte me weer nuchter. De Bahama’s voelen als het einde van de wereld, en toch zwemmen onze koffie, onze pijnstiller en onze cola daar rond in het bloed van een rifhaai. Wij aquarianen wisten al langer dat water kostbaar en onverbiddelijk is. Dit is diezelfde les, nu op de schaal van een hele oceaan.
Heb je zelf vragen over medicijngebruik in de bak, over actieve kool of over veilig water verversen? Spreek me gerust aan op onze volgende vergadering, daar praten we daar graag over door.
De website redactie


