
Op onze laatste vergadering schoof een medelid me een krantenknipsel toe. “Iets voor de website, misschien?” Het ging over een diepzeecamera die het leven had vastgelegd op recorddiepte, met daarbij een foto van een oranje, gepantserd garnaaltje dat aan een stukje aas zat te knabbelen. Wij houden bij Rosaceus geen zeewater, laat staan water van acht kilometer diep, maar zo’n beeld laat een aquariaan niet koud. Ik ben gaan graven, en wat ik vond is een van de mooiste kijkjes in de diepzee van de jongste jaren.
Waar gaat het over?
Het knipsel verwijst naar een studie die in april 2026 verscheen in het vakblad Biodiversity Data Journal. Een team rond professor Alan Jamieson van het Minderoo-UWA Deep-Sea Research Centre (Universiteit van West-Australië), samen met de Tokyo University of Marine Science and Technology, bracht in kaart wat er leeft in drie diepe troggen voor de kust van Japan: de Japan-trog, de Ryukyu-trog en de Izu-Ogasawara-trog. Die laatste duikt tot bijna 9.800 meter onder de zeespiegel.
We hebben het hier over de hadale zone, het diepste deel van de oceaan, alles voorbij de 6.000 meter. De naam komt van Hades, de onderwereld uit de Griekse mythologie, en dat is geen toeval: het is er pikdonker, ijskoud en de waterdruk loopt op tot meer dan achthonderd keer die aan het oppervlak. Lang dachten biologen dat daar nauwelijks iets te beleven viel. Uit bijna 460 uur beeldmateriaal blijkt het tegendeel: het team telde meer dan honderd verschillende levensvormen, tot helemaal op de bodem.
Een camera met aas, geen sleepnet
Voor mij als aquariaan zit het mooiste van dit verhaal in de methode. Vroeger haalden onderzoekers de diepzee vooral in kaart met sleepnetten: alles wat in het net bleef hangen, werd boven water gehaald en geteld. Dat geeft een lijstje, maar je beschadigt er kwetsbare dieren mee en je ziet nooit hoe een beest zich gedraagt. Daarom kozen Jamieson en zijn collega’s voor camera’s met aas, neergelaten vanaf het onderzoeksschip DSSV Pressure Drop, en voor de bemande duikboot Limiting Factor. Het lokaas trekt de bewoners naar de lens, en de camera registreert geduldig wie er komt opdagen en wat hij doet.
“Zo bouwden we de meest volledige beeldatlas tot nu toe van het grote leven in de abyssale en hadale diepten van de noordwestelijke Stille Oceaan,” vat het team zelf samen. Kijken zonder verstoren, met andere woorden. Dat klinkt een aquariaan bekend in de oren. Wie zijn vissen echt wil leren kennen, schept ze ook niet om de haverklap uit de bak in een netje, maar zet zich een halfuur voor het glas en let op wie waar schuilt, wie de baas is en wie het aas het eerst durft te grijpen. Geduldig toekijken levert meer op dan vangen.
De diepste vis ooit gefilmd
De ster van de beelden is een slakdolf, een visje uit het geslacht Pseudoliparis, gefilmd terwijl het op 8.336 meter diepte rustig zat te eten. Geen enkele vis is ooit dieper op beeld vastgelegd. Je ziet het op de foto hierboven: een bleek, doorschijnend dier dat eerder op een dikke kikkervis met een staart lijkt dan op een stoere diepzeejager.
En net daarin zit zijn kracht. Een slakdolf heeft geen zwemblaas, dat met gas gevulde orgaantje waarmee de meeste van onze aquariumvissen hun drijfvermogen regelen. Op acht kilometer diepte zou zo’n gasblaasje meteen worden platgedrukt. In de plaats daarvan heeft de slakdolf een week, geleiachtig lichaam dat de enorme druk gewoon doorlaat. Geen pantser tegen het geweld, maar meegeven met het geweld. Wij meten ons suf aan pH, hardheid en temperatuur om onze vissen het naar hun zin te maken, en intussen leeft daar beneden een visje dat een druk van achthonderd bar voor bekeken houdt.
Het oranje monstertje aan het aas
Dan dat oranje beestje uit het krantenknipsel, het diertje dat aan het aas zat te knabbelen. Dat is Cerataspis monstrosus, op zowat 6.300 meter diepte voor de camera verschenen. De soortnaam monstrosus heeft het niet gestolen: een gedrongen, gepantserd lijfje met opvallende horentjes op de kop.
Dit diertje heeft een prachtig verhaal. Bijna twee eeuwen lang vonden onderzoekers af en toe zo’n gepantserd “monstertje” in de mageninhoud van diepzeevissen, maar niemand wist van welk dier het de jong was. Pas in 2012 brachten genetische tests uitsluitsel: het blijkt de larve, de jeugdvorm, te zijn van een diepzeegarnaal, Plesiopenaeus armatus. Larve en volwassen garnaal lijken zo weinig op elkaar dat ze 180 jaar lang voor twee verschillende beesten werden aangezien. Wie ooit de gedaanteverwisseling van een kweekje thuis heeft gevolgd, weet hoe verrassend groot het verschil tussen jong en volwassen kan zijn.
Een vlokreeft zo groot als een brood
Mijn favoriet uit de beelden is toch de supergrote vlokreeft, Alicella gigantea, gefilmd rond 7.000 meter. Vlokreeftjes, of amfipoden, kennen veel van ons als die kleine, springende kreeftjes die soms vanzelf in de bak of in de filter opduiken. Bij ons blijven ze meestal onder de twee centimeter. Wel, deze diepzeeneef wordt tot 34 centimeter lang, ongeveer een stokbrood. Het is de grootste vlokreeft die we kennen.
Dat een dier in de diepzee veel groter uitvalt dan zijn ondiepe verwanten, heet abyssaal gigantisme, en het blijft een van de raadsels van de hadale wereld. En klein is deze reus zeker niet in aantal: uit ander onderzoek blijkt dat Alicella gigantea mogelijk op meer dan de helft van alle zeebodems voorkomt. Een gigant die overal zit en die we tot voor kort amper kenden.
De camera’s legden trouwens nog meer bijzonders vast: vleesetende sponzen op 9.568 tot 9.745 meter, hele velden van gesteelde zeelelies, en een doorzichtig, geleiachtig wezen op zowat 9.100 meter dat de onderzoekers tot vandaag niet thuis kunnen brengen. Het kreeg voorlopig de werknaam “onbekend dier”. Zelfs met de beste camera’s blijft de diepzee ons verbazen.
Wat wij eruit kunnen leren
We houden bij Rosaceus geen slakdolven of meterdiepe garnalen, en dat blijft maar goed ook. Toch raakt dit verhaal aan dingen waar we elke week mee bezig zijn. Die vlokreeften en garnalen zijn opruimers, de schoonmaakploeg van de oceaanbodem, die alles wat naar beneden dwarrelt netjes opeten. In onze eigen bak doen onze garnaaltjes, slakken en bodemvissen precies hetzelfde werk. Het hele systeem draait op dat stille opruimwerk, daar beneden net zo goed als bij ons thuis.
En er is die grotere les. Zelfs op de allerdiepste, donkerste plek van de planeet, waar wij geen seconde zouden overleven, wemelt het van het leven. Dat verdient ontzag, en het herinnert ons eraan hoe weinig we eigenlijk weten van het water op onze eigen aardbol. Een goede reden om er voorzichtig mee om te springen, van de diepzeetrog tot de gracht achter ons huis.
Tot slot
Wie de filmpjes wil zien, vindt online beelden van de expeditie van professor Jamieson. Echt een aanrader voor een grijze avond. En heb je zelf zo’n diepzeedocumentaire gezien die je is bijgebleven, of vond je ooit een verdwaald vlokreeftje in je eigen filter? Breng het verhaal gerust mee naar onze volgende vergadering. We luisteren graag.
De website redactie


