
Iemand stuurde me onlangs een krantenkop door met de vraag of dit nu echt kon: “Unieke beelden van mysterieuze kwal die zo groot als een bus kan worden.” Mijn eerste reactie was een glimlach, want zo’n kop is vaak straffer dan het beest zelf. Deze keer klopt het verhaal grotendeels, en het is mooi genoeg om er even bij stil te staan. Wij houden bij Rosaceus zoetwater en geen diepzee, maar een goeie kwallenvertelling laten we niet liggen.
Wat hebben de onderzoekers gefilmd?
De beelden komen van het Schmidt Ocean Institute, een onderzoeksinstituut dat met het schip Falkor (too) en de op afstand bestuurde duikrobot SuBastian de diepzee in kaart brengt. Begin 2026 voeren ze langs de wand van een onderzeese canyon voor de kust van Argentinië. Op zo’n 253 meter diepte zwom daar plots een reusachtige, spookachtige verschijning het camerabeeld in.
Het toeval wilde mee. Tijdens diezelfde expeditie beschreven de onderzoekers tientallen soorten die de wetenschap nog niet kende. Hoofdwetenschapper María Emilia Bravo liet weten dat ze zo’n rijkdom in de Argentijnse diepzee niet hadden verwacht. De kwal was duidelijk het pronkstuk van de reis.
De reuzenspookkwal, even voorgesteld
Het dier heet voluit Stygiomedusa gigantea, bij ons de reuzenspookkwal. Die naam is goed gekozen. Stygio verwijst naar de Styx, de rivier van de onderwereld uit de Griekse mythologie, en medusa is gewoon het woord voor kwal. Een kwal uit de onderwereld dus, en gigantea hoeft geen uitleg.
De koepel, het klokvormige lichaam dat de meeste mensen “de kwal” noemen, is bij een volgroeid exemplaar meer dan een meter breed. Maar het zijn niet die koepel die de koppen haalt. Onder het lichaam hangen vier lintvormige mondarmen die tot tien meter lang kunnen worden. Tien meter, dat is inderdaad de lengte van een autobus. Geen wonder dat de krant daar zijn titel uit haalde.
Belangrijk om te weten: dat zijn geen stekende tentakels zoals bij de kwallen die je aan onze kust tegenkomt. Het zijn mondarmen waarmee de reuzenspookkwal traag door het water zweeft en zijn prooi omhult. Veel meer dan plankton en kleine visjes staat er vermoedelijk niet op het menu.
Waarom die beelden zo zeldzaam zijn
De reuzenspookkwal leeft van vlak onder het oppervlak tot bijna zevenduizend meter diep, vooral in de zwarte zone die biologen de middernachtzone noemen. Daar komt amper een mens, laat staan een camera. Ze komt overal ter wereld voor, behalve in de Noordelijke IJszee, en toch is ze in ruim honderd jaar tijd maar zo’n honderdtien keer waargenomen.
Eén voorbeeld zegt genoeg. Het Amerikaanse onderzoeksinstituut MBARI, dat duizenden duiken met onderzeese robots op zijn naam heeft, kreeg dit dier in al die jaren slechts negen keer voor de lens. Het eerste exemplaar werd al rond 1899 bovengehaald, maar het duurde nog zo’n zestig jaar voor men besefte dat het om een aparte soort ging. Elke nieuwe waarneming is dus echt een buitenkans, en dat verklaart de opwinding bij de onderzoekers.
Eng? Eigenlijk niet
Wie nu schrik krijgt om te gaan zwemmen, kan gerust zijn. De reuzenspookkwal leeft veel te diep om ons ooit voor de voeten te lopen, en op mensen heeft ze het sowieso niet gemunt. Mooier nog: ze biedt onderdak. Op de beelden zie je vaak jonge visjes vlak bij de koepel rondscholen, en er is een diepzeevis, de pelagische brotula, die tussen de mondarmen schuilt. In de lege diepzee is zo’n drijvende reus een veilige haven. De spookkwal is dus eerder een wandelend appartementsgebouw dan een monster.
En wat heeft een zoetwateraquariaan hieraan?
Hier komen we thuis. Want je hoeft helemaal niet naar de Argentijnse diepzee om een kwal te zien. Bij ons in de zoete wateren leeft de zoetwaterkwal, Craspedacusta sowerbii, en die kan zomaar in een vijver of zelfs in een aquarium opduiken.
Reken je niet rijk qua formaat. Waar haar verre nicht tien meter haalt, blijft dit kwalletje steken op hooguit twee centimeter, ongeveer de grootte van een muntstuk. Steken doet ze ook niet bij ons: onze huid is gewoon te dik voor haar netelcellen. In België en Nederland blijft ze zeldzaam, en telkens ze opduikt is het nieuws. Zo zwommen er in 2012 plots scholen in de meren van l’Eau d’Heure in Henegouwen, en een jaar later in de vijver van Kelchterhoef in Limburg.
Het geheim zit in de temperatuur. De zoetwaterkwal toont zich pas als het water een tijdlang rond of boven de twintig graden blijft. De rest van het jaar leeft ze als een onopvallend poliepje van amper een millimeter, dat makkelijk meelift op waterplanten of slakken. Net daarom belandt ze af en toe in een tuinvijver of een aquarium, zonder dat iemand weet hoe ze daar geraakt is. Houd je bak deze zomer dus eens goed in de gaten als het water lekker warm staat. Je weet maar nooit.
Tot slot
Van een reus van tien meter in het pikdonker tot een muntstukje in een Limburgse vijver: het is dezelfde familie, en allebei even verrassend. Dat de diepzee ons in 2026 nog zo’n verschijning kan tonen, bewijst hoe weinig we eigenlijk weten van het water op onze eigen planeet. En dat we als aquarianen elke dag een stukje van die wereld in huis halen, maakt het alleen maar boeiender.
Heb je zelf ooit een zoetwaterkwalletje gespot in een vijver of in je bak? Of heb je de beelden van de reuzenspookkwal gezien? Vertel het op onze volgende vergadering, we zijn benieuwd.
De website redactie


