
Een medelid stuurde me in januari een foto van een krantenkop door, met de vraag of dit niets voor onze nieuwspagina was. “Via een staal zeewater zien onderzoekers waar meer dan 100 vissoorten zich bevinden in de Noordzee”, stond er, met de toevoeging dat er nu al een toename van het aantal sardienen werd gezien. Wij zijn bij Rosaceus zoetwatermensen, en de Noordzee is voor ons vooral het zoute water waar we ’s zomers de voeten in steken. Toch bleef die kop hangen. Want hoe weet je nu uit één emmer water welke vissen er rondzwemmen? Ik ben het eens gaan uitzoeken, en het verhaal erachter is voor elke aquariaan boeiend.
Het water leest mee
De truc heet eDNA, voluit environmental DNA of milieu-DNA. Elke vis laat onderweg sporen van zichzelf achter in het water: een afgeschilferd huidcelletje, wat slijm, een uitwerpsel. In dat materiaal zit DNA, en DNA is voor elke soort net iets anders. Neem je een staal water en vis je daar al die snippertjes erfelijk materiaal uit, dan kun je achteraf in het labo aflezen wie er gepasseerd is. Je hoeft dus geen enkele vis te vangen of zelfs maar te zien om te weten dat hij er was.
De methode die de onderzoekers gebruiken heet metabarcoding. Daarbij lezen ze een kort, vast stukje van het DNA uit, bij vissen meestal een fragmentje van het zogeheten 12S-gen, en vergelijken dat met een databank. Zie het als de streepjescode op een pak koffie in de winkel: kort, uniek, en genoeg om te weten wat je in handen hebt. Het Vlaamse onderzoeksinstituut ILVO kan op die manier intussen 87 procent van de ongeveer 160 Belgische vissoorten herkennen. Vandaar die “meer dan 100 vissoorten” uit de krant.
Een staalnemer die zelf zijn werk doet
Mooi in dit verhaal is hoe eenvoudig het aan boord verloopt. ILVO bouwde een toestel, de eDNA-sampler, dat ze gewoon aansluiten op een van de leidingen die op een schip al zeewater naar het dek pompen. Het apparaat neemt vanzelf op gezette tijden een staal, filtert het en bewaart het netjes tot het aan wal in het labo geraakt. Geen netten, geen sleep over de bodem, geen vis die eraan moet geloven.
Dat laatste is meteen de grote winst. De klassieke manier om te tellen wat er in zee zwemt, is met een boomkor: een sleepnet dat over de zeebodem schraapt. Dat werkt, maar je moet er vis voor bovenhalen, het kost veel tijd, en je ziet enkel wat in het net belandt. Met een waterstaal verzamel je veel vaker en veel sneller gegevens, en je stoort de zee er niet mee. Eén en hetzelfde staal vertelt bovendien niet alleen iets over vissen, maar ook over ongewervelden en plankton.
De sardien die door de mazen zwom
En dan die sardienen. Uit de eDNA-stalen bleek dat er meer sardienen in onze Noordzee zitten dan de officiële vangstcijfers lieten vermoeden. Hoe kan dat? Heel eenvoudig: een sardien zwemt hoog in de waterkolom, vlak onder het wateroppervlak, terwijl de boomkor net over de bodem sleept. De vis zwom dus al die tijd vrolijk boven het net, en in de tellingen leek het alsof hij amper voorkwam. Het water wist beter.
In een wetenschappelijke studie van diezelfde onderzoeksgroep (Lolivier en collega’s, 2025) leverde eDNA voor het Belgische deel van de Noordzee zelfs 22 vissoorten op die in de klassieke boomkorvangsten gemist werden. Dat is geen detail. Het betekent dat we met de oude bril een flink stuk van het leven in zee gewoon niet zagen.
Waarom een aquariaan dit zou moeten weten
“Allemaal goed en wel”, hoor ik je denken, “maar wij houden zoetwater in de huiskamer.” Klopt. Toch raakt dit verhaal ons op twee manieren.
Ten eerste werkt eDNA net zo goed in zoet water. Onderzoekers gebruiken dezelfde techniek om in beken, vijvers en kanalen op zoek te gaan naar zeldzame soorten zoals de grote modderkruiper, of net naar ongewenste indringers. Een emmer water uit een gracht kan verraden of er nog beschermde vis zit, of dat er een invasieve exoot is opgedoken. Wie ons stukje over de bittervoorn in de Rupel las, voelt de link: ook daar gaat het om wat er onzichtbaar in ons water leeft.
Ten tweede past die toename van sardienen in een groter plaatje dat we op deze pagina al vaker aanstipten. De Noordzee warmt op, en sneller dan de wereldzeeën gemiddeld, ongeveer 0,3 graden per tien jaar. Zuiderse, warmteminnende soorten als sardien, ansjovis, zeebaars en horsmakreel schuiven mee naar het noorden, terwijl een koudwatervis als de kabeljauw zich net terugtrekt naar kouder en dieper water. We schreven eerder over de kogelvis die de Middellandse Zee verovert en over de ringnekslijmvis die aan onze kust opdook. De sardien in de eDNA-stalen is daar het stille bewijs van: de zee verschuift, en de nieuwe meetlat ziet het sneller dan de oude.
Het water lezen
Eigenlijk doen wij aan onze bak elke week iets wat hierop lijkt. We lezen het water uit: pH, hardheid, nitriet, nitraat. We weten dat in dat ogenschijnlijk heldere water een hele wereld zit die we niet met het blote oog zien. eDNA tilt dat idee een trap hoger: uit datzelfde water haal je voortaan ook de bewoners zelf naar boven. Voor wie van vissen houdt, is dat een mooi vooruitzicht.
De aanleiding voor al die aandacht was trouwens een blij moment. Op 21 januari 2026 ondertekenden de Vlaamse overheid, de reders, Natuurpunt en de onderzoekers in de vismijn van Oostende een nieuw convenant voor duurzame visserij. Wetenschap en visserij die samen aan tafel gaan zitten, met zo’n slim toestel als hulpmiddel: daar wordt onze zee alleen maar beter van.
Heb jij ooit zelf zo’n waterstaal zien nemen, of werk je met soortbepaling via DNA? Vertel het ons gerust op een van onze vergaderingen. En spot je deze zomer aan de kust een glinsterende school sardienen vlak onder het oppervlak: nu weet je dat de wetenschap ze al lang in het vizier had.
De website redactie


