
Een clubgenoot blikte deze week op sociale media met heimwee terug op een aquariumtentoonstelling. Hij had zin om nog eens zo’n tentoonstelling mee te doen, en het was voor hem al van 2019 geleden. Bij die woorden hoorde een foto van een lange, mooi ingerichte bak. Ik snap dat gevoel goed, want zo’n tentoonstelling, een échte, met ingerichte bakken die door een jury bekeken worden, is intussen een zeldzaamheid geworden.
Een tentoonstelling is geen beurs
Eerst en vooral moeten we bekijken wat een tentoonstelling precies is, want het wordt vaak verward met een beurs. Een beurs is een verkoopdag: je gaat er op een zondag naartoe, je snuistert tussen de bakjes met vissen, planten en tweedehandsmateriaal, en met wat geluk kom je naar huis met dat ene filteronderdeel dat je al maanden zocht. Leuk, en gelukkig bestaat dat nog volop.
Een tentoonstelling is iets helemaal anders. Daar bouwen leden dagen op voorhand een reeks aquaria op, richten die zo mooi mogelijk in, en zetten ze open voor het publiek. Vaak komt er een keuring bij kijken: een jury beoordeelt de inrichting, de gezondheid van de vissen en de algehele harmonie van de bak. Het is een stuk vakwerk dat je laat zien, met de bedoeling om bezoekers te tonen wat onze hobby kan zijn. Net die formule, met opgebouwde en gekeurde bakken, is stilaan aan het verdwijnen.
Waarom het stiller werd
Hoe komt dat? Er spelen verschillende dingen samen, maar één drempel springt er bovenuit: de zaal.
Een tentoonstelling vraagt een grote ruimte, en niet voor één avond. Je hebt ze dagen aan een stuk nodig: eerst om op te bouwen en de bakken te laten inlopen, dan om open te gaan voor het publiek, en daarna weer om alles af te breken. Zo’n zaal moet bovendien stevige vloeren hebben voor honderden kilo’s water, genoeg stopcontacten, en liefst wat parking voor de bezoekers. Net die ruimtes zijn schaars geworden en flink duurder. Heel wat parochiezalen en oude feestzalen die je vroeger voor weinig kon huren, zijn verdwenen of gingen fors in prijs omhoog, en voor het beetje dat overblijft sta je in de rij met trouwfeesten, markten en optredens. Vind je al een geschikte zaal, dan is de weekhuur vaak zo hoog dat een bescheiden club er niet meer aan begint. Daar komt dan nog de energie bovenop van een hele reeks bakken die een week lang draaien, met verwarming, verlichting en filters dag en nacht. Sinds de energieprijzen de hoogte in gingen, is ook dat een rem die je niet kunt wegdenken.
Daarnaast is er de kwestie van handen. Een tentoonstelling opbouwen is zwaar werk: bakken sjouwen, stellingen plaatsen, honderden liters water aanvoeren, alles laten inlopen en dagenlang in de gaten houden. Toen onze clubs jong en groot waren, stond er een ploeg klaar om dat te doen. Met een ledenbestand dat vergrijst en krimpt, blijven diezelfde paar vrijwilligers over die het moeten trekken. Op de duur is dat niet meer vol te houden.
Een derde drempel zijn de regels. Wie levende dieren tijdelijk tentoonstelt, krijgt te maken met vergunningen en met de terechte eisen rond dierenwelzijn. Dat is op zich een goede zaak, maar voor een bestuur dat uit vrijwilligers bestaat, is het extra papierwerk en extra verantwoordelijkheid. Het is een bekend verhaal bij alles wat vrijwilligers organiseren: een Nederlandse rondvraag bij organisatoren van dorps- en buurtfeesten leerde dat bijna acht op de tien de regelgeving als hinderlijk ervaren. Een aquariumclub is daarop geen uitzondering.
En dan is er nog het internet. Vroeger was de tentoonstelling, samen met de clubavond, dé plek waar je inspiratie opdeed en mensen ontmoette die je hobby deelden. Vandaag scrol je op je gsm langs duizend ingerichte bakken op YouTube en in fora. Internationale hobbysites schrijven al jaren dat net die verschuiving de clubcultuur uitholt: het advies en de bewondering die je vroeger op een tentoonstelling ging halen, vind je nu met een paar tikken thuis. Handig, maar de magneetfunctie van het echte evenement is er een stuk door verzwakt.
Ten slotte was er corona. Veel clubs hielden hun laatste grote tentoonstelling rond 2019, en toen viel alles stil. Na twee jaar zonder is de draad gewoon nooit meer helemaal opgepakt. Dat het bij onze clubgenoot “al van 2019 geleden” is, is geen toeval. Het is zowat de datum waarop voor heel wat verenigingen het doek viel.
Wat blijft, en wat we missen
Het goede nieuws is dat de hobby blijft leven. Kijk maar naar de BBAT-kalender van dit jaar: de Lim_B_eurs in Diest op 5 juli, een beurs in Châtelet, eentje in het Nederlandse Boxtel, en de Bondsdag in Koersel. De verkoopdagen en de ontmoetingsmomenten zijn er nog volop, en daar mogen we blij om zijn.
Wat we missen, is dat ene wat een beurs niet kan geven: een ingerichte bak die er staat om bewonderd te worden. Een tentoonstelling bracht onze hobby naar buiten, naar mensen die anders nooit een gezelschapsaquarium van dichtbij zagen. Het was de plek waar een toevallige bezoeker bleef plakken voor een bak en een week later zelf lid werd. En het was, niet te vergeten, een moment van trots. Wie maanden aan een bak heeft gewerkt en hem dan ziet staan voor een zaal vol bezoekers, weet wat ik bedoel. Dat gevoel kun je moeilijk vervangen door een filmpje.
Durven we het nog eens?
Rosaceus bestaat sinds 1946, en in al die jaren hebben we heel wat bakken opgebouwd en weer afgebroken. Misschien hoeft het niet meteen weer een tentoonstelling van het oude formaat te zijn. Een kleinere opzet, een paar bakken op een ledenactiviteit of in samenwerking met een bevriende club, kan al genoeg zijn om dat gevoel weer eens op te roepen.
Herken jij die heimwee? Stond je zelf ooit op een tentoonstelling, of help je graag mee aan een volgende? Breng het gerust ter sprake op een van onze vergaderingen. Wie weet zetten we ooit nog eens samen een bak in de kijker, en mag iemand er weer fier naast gaan staan.
De website redactie


