• Home
  • Nieuws
  • Vissen kijken met angst naar de bosbranden

Vissen kijken met angst naar de bosbranden

Een groot blusvliegtuig laat een brede rode sliert brandvertrager los boven een naaldbos waar de rook tussen de bomen hangt.
Foto: Forest Service – Northern Region, Public domain via Wikimedia Commons

Terwijl we dit schrijven branden er in Frankrijk 32 natuurbranden tegelijk. De grootste woedt in de Gironde, ten westen van Bordeaux, waar al 53 huizen zijn opgegaan en tienduizenden mensen hun woning uit moesten. In Spanje geldt de noodtoestand voor Madrid en Ávila, en moesten meer dan 60.000 mensen weg of binnenblijven. In Frankrijk alleen al ging er dit jaar ruim 50.000 hectare in de vlammen op.

Onze voorzitster mailde ons er deze week over, en over hoe hard zoiets aankomt als je een hart voor dieren hebt. Het ging over de blusvliegtuigen die een rood-bruin poeder over het vuur uitstrooien, en over wat dat spul in een beek aanricht. Ammoniak, stond er, dodelijk voor het visbestand. Dat zinnetje bleef hangen, want ammoniak is nu net het woord waar elke aquariaan van gaat rechtzitten. Dus zijn we het gaan uitzoeken.

Kunstmest in een rode jas

Dat rode spoor op de foto’s heet brandvertrager, in het Frans kortweg retardant. De basis is een ammoniumzout, meestal ammoniumfosfaat, aangelengd met water tot een dikke pap. Daar gaat een verdikkingsmiddel bij, gom of klei, zodat het aan de takken blijft kleven, en verder nog een corrosieremmer voor de tank van het vliegtuig en ijzeroxide voor die felrode kleur. Dat laatste zit er puur voor de piloot in: zo ziet hij van boven waar hij al geweest is.

Het spul werkt omdat het ammoniumfosfaat ingrijpt op de manier waarop cellulose ontleedt. Onbehandeld hout begint bij een graad of 300 mee te branden; met een laag retardant erop moet je richting de 700 graden voor er iets gebeurt. Het vuur loopt er dood. Wat achterblijft op het blad, is chemisch bijna hetzelfde als de kunstmest die de boeren uitrijden, en op een kale helling helpt dat de hergroei zelfs vooruit. In een beek is datzelfde zakje kunstmest een ramp.

Dit kennen wij van de bak

Wie ooit een aquarium heeft opgestart, kent de spanning van die eerste weken. De druppeltest die van geel naar groen verkleurt, de vissen die aan de oppervlakte happen, de paniek om half elf ’s avonds. Ammonium en ammoniak zijn twee gedaanten van dezelfde stof die voortdurend van vorm wisselen, en welke van de twee op een gegeven moment de bovenhand heeft, hangt af van de zuurtegraad en de temperatuur van het water.

Ammonium (NH₄⁺) is het brave broertje. Ammoniak (NH₃) is de moordenaar, want die glipt zo door de kieuwen naar binnen. Bij pH 7 en 25 graden zit nog geen procent van het totaal in die giftige vorm, bij pH 8 is dat al ruim vijf procent, en bij pH 9 meer dan een derde. Elke halve punt op de pH-schaal doet het gehalte ongeveer verdrievoudigen, en warm water duwt het nog een eind verder omhoog.

Leg daar nu de zomerse werkelijkheid naast. Een beek in juli staat laag en warm, en de algen die er in het volle licht groeien trekken de pH overdag flink op. Precies het water waarin ammonium zich het vlotst omzet naar ammoniak. Een lading brandvertrager die daarin belandt, komt dus binnen op het slechtst denkbare moment.

Wat er dan gebeurt

Het bekendste voorbeeld komt uit Oregon. Bij een bosbrand miste een bemanning haar doel en kwam een lading retardant in de Fall River terecht. Over een traject van een kilometer of tien stierven ongeveer 22.000 forellen. Zowat alles wat er zwom.

Het venijn zit bovendien in de staart. Bij proeven met chinookzalm gingen vissen die de eerste dagen doorkwamen, weken later alsnog dood aan de schade die de ammoniak aan hun kieuwen had aangericht. In sommige mengsels blijken er daarnaast zware metalen te zitten, chroom en cadmium op kop, in gehaltes waar je van schrikt.

Daarom mag er in de Verenigde Staten vanuit een vliegtuig niet meer gedropt worden binnen de negentig meter van open water, en binnen de dertig meter als het van een helikopter of een blusvoertuig komt. In de praktijk gaat er toch elk jaar een flinke hoeveelheid in het water. Een piloot die laag over een brandende helling door de rook vliegt, mikt nu eenmaal niet met een pipet.

En dan het zout nog

Aan het blussen uit de lucht zit trouwens nog een tweede kant. De Europese Unie stuurde deze week vier Canadairs naar Spanje en drie naar Frankrijk, met versterking uit Kroatië, Portugal, Tsjechië en Slowakije erbij. Zo’n toestel vult zijn tanks al scherend over het wateroppervlak, en aan de kust is dat vaak gewoon de zee. In twaalf seconden schept het ruim zesduizend liter op, en zeewater bevat ongeveer vijfendertig gram zout per liter. Elke lading zet dus zo’n tweehonderd kilo zout af op een stuk bos.

Piloten grijpen er alleen naar als het moet, al was het maar omdat het zout aan hun eigen tanks en pompen vreet. Voor de bodem eronder pakt het evenmin goed uit. Wie planten kweekt, kent het principe van osmose: zout houdt water vast, en in zoute grond krijgt een wortel het vocht niet meer binnen, ook al voelt de bodem klam aan. Precies daarom zijn wij zo voorzichtig met een zoutbehandeling in een bak vol planten. Daar komt bij dat het zout de kleideeltjes uit elkaar doet vallen, zodat de structuur en de waterdoorlaat van de bodem er nog jaren later slechter aan toe zijn.

Regen spoelt het er op den duur weer uit. Valt die regen niet, en na een brandzomer valt hij vaak niet, dan blijft het zout liggen tot ver in de winter. Vandaar dat ze zeewater bewaren voor als het echt moet, meestal op eilanden en langs de kust, waar zoet water gewoon te ver weg is.

En bij ons?

In België wordt er met water geblust: tankwagens, en bij de grote heidebranden een helikopter met een emmer eronder. Het beeld dat onze voorzitster zag, komt dus vooral uit Frankrijk, Spanje en Portugal, waar ze wel met die rode ladingen werken.

Wat we hier wél hebben, zijn de branden zelf, en dat worden er meer. Tot midden juli telden de onderzoekers van de UGent er dit jaar al 71 in het land, samen goed voor een goede 25 hectare, met het zwaartepunt in Limburg en Antwerpen; op de Mechelse Heide ging in een paar dagen tijd acht hectare in de vlammen op.

En dan komt de regen. Wat er ná een brand met een waterloop gebeurt, is het stuk dat de meeste mensen missen. De eerste stevige bui spoelt de as van de kale bodem zo de beek in. Die as zit vol voedingsstoffen en ammonium, en de afbraak ervan slorpt zuurstof op. Na een grote brand in Californië zakte het zuurstofgehalte van de rivier daardoor over bijna honderd kilometer onder de grens die vissen verdragen. Het vuur was toen al voorbij.

Wat je ermee doet

Het testbuisje op onze vensterbank meet precies hetzelfde als wat daar op zo’n berghelling misloopt, alleen duizend keer groter. Wie begrijpt waarom je een nieuwe bak eerst rustig laat inrijden voor er vissen in gaan, begrijpt meteen ook waarom een lading kunstmest in een beek zo’n slachting aanricht.

De bezorgdheid van onze voorzitster is dus terecht, en ze blijkt bovendien scheikundig prima onderbouwd. Zulke dingen mogen jullie gerust blijven doorsturen, want daar komen de beste artikels van. Wie hier zelf iets over weet, of ooit een beek na een brand van dichtbij heeft gezien, vertelt het ons graag eens op een van onze vergaderingen.

De website redactie

Vissen kijken met angst naar de bosbranden

Weekly Popular

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *