• Home
  • Nieuws
  • Zalmen aan de cocaïne: een gek nieuwsbericht met een serieuze les over ons water

Zalmen aan de cocaïne: een gek nieuwsbericht met een serieuze les over ons water

Drie jonge Atlantische zalmen (smolts) met zilveren flanken in helder water
Foto: E. Peter Steenstra/USFWS, Public domain via Wikimedia Commons

Een lid stuurde me onlangs een krantenkop door met de vraag of dit nu echt was: “Cocaïne doet vissen sneller en verder zwemmen dan gewoonlijk.” Ik moest eerlijk gezegd eerst even grinniken bij het beeld van een zalm die als de brandweer door het water schiet. Maar achter die grappige kop zit een studie die ons als zoetwatermensen wél iets te zeggen heeft. Dus laten we de grijns even opbergen en kijken wat er nu echt is onderzocht, en wat wij eruit kunnen leren.

Wat hebben ze precies onderzocht?

Een internationaal team van Zweedse, Britse en Australische onderzoekers volgde 105 jonge Atlantische zalmen (Salmo salar) in het Vättermeer, het op één na grootste meer van Zweden. De vissen zaten in het smolt-stadium: dat is het levensstadium waarin een jonge zalm zilver kleurt en zich klaarmaakt voor de grote trek. Acht weken lang hielden de onderzoekers hun bewegingen in de gaten met akoestische zenders, kleine geluidsbakens waarmee je een vis onder water nauwkeurig kunt volgen.

De vissen werden in drie groepen verdeeld. Eén groep kreeg niets (de controlegroep), één groep kreeg cocaïne en één groep kreeg benzoylecgonine. Dat laatste is de stof waarin cocaïne in een lichaam wordt afgebroken, en het is precies die afbraakstof die je het vaakst in afvalwater terugvindt. Het werd toegediend via een implantaat dat de stof langzaam afgaf, in concentraties die je echt in vervuild oppervlaktewater aantreft. De studie verscheen op 21 april 2026 in het vakblad Current Biology en is de eerste die dit soort effecten niet in een labobak, maar bij wilde vissen in hun eigen meer aantoont.

En wat kwam eruit?

De zalmen onder invloed gingen er flink vandoor. De vissen met benzoylecgonine zwommen per week tot 1,9 keer verder dan hun nuchtere soortgenoten en raakten tot 12,3 kilometer verder van hun startplek verspreid over het meer. De groep met cocaïne vertoonde een gelijkaardig effect, al was het zwakker en minder consistent.

Het verrassende zit hem in dat afbraakproduct. Benzoylecgonine heeft bij de mens nauwelijks effect, en toch was het die stof die het zwemgedrag van de zalmen het sterkst ontregelde. Net die stof komen de waterzuiveringsstations maar moeilijk uit ons afvalwater. Ze blijft dus achter in rivieren en meren, vaak in hogere hoeveelheden dan de cocaïne zelf.

Waarom is verder zwemmen geen goed nieuws?

Hier wreekt zich de grappige kop. Sneller en verder klinkt als een prestatie, maar voor een vis is het dat allerminst. Een jonge zalm heeft maar een beperkte voorraad energie, en die heeft hij hard nodig om te eten, te groeien en zijn trek op het juiste moment te maken. Wie zinloos rondjes zwemt, verbrandt die kostbare energie aan niets. Bovendien drijft dat overdreven zwerven de vis naar onbekend gebied, met andere roofdieren en minder vertrouwd voedsel. Toxicoloog James Meador van het Amerikaanse NOAA vat het nuchter samen: elke verandering in het gedrag of de fysiologie van een vis mag je gerust als schadelijk beschouwen.

En dat is geen detail. De Atlantische zalm heeft het sowieso al hard te verduren door habitatverlies, opwarmend water, visserij en exoten. Een drug die hun trekgedrag in de war stuurt, komt daar nog eens bovenop.

Niet alleen cocaïne, en niet alleen ver weg

Het makkelijke wegdenken is: dat speelt in een Zweeds meer, ver van mijn bak. Maar dit is breder dan cocaïne alleen, en het speelt ook bij ons. Datzelfde onderzoeksteam zag eerder dat zalmen die werden blootgesteld aan clobazam, een angstremmer, sneller migreerden en meer risico’s namen. En cocaïne is intussen al aangetroffen in haaien, palingen, mosselen en garnalen. Wat een mens doorspoelt of uitplast, belandt via de riolering in het water, en lang niet alles wordt eruit gefilterd.

Ook in België is dit gemeten. Sciensano volgt al jaren de drugsresten in ons afvalwater op, en cocaïnesporen horen daar standaard bij. Het gaat dus niet om een ver-van-mijn-bedshow, maar om een onzichtbare vervuiling die meezwemt met het water waarin onze wilde vissen leven.

Wat heeft een aquariaan hieraan?

Wij houden geen zalmen in de huiskamer, en met drugs in de bak heeft niemand van ons iets te maken. Toch raakt dit verhaal aan iets waar elke aquariaan dagelijks mee bezig is: waterkwaliteit. Wij meten pH, hardheid en nitraat, we verversen trouw om de twee weken, en we weten dat een vis die zich anders dan anders gedraagt meestal het eerste teken is dat er met het water iets schort. Precies dat zien de onderzoekers nu in het wild gebeuren, alleen is de oorzaak daar iets wat wij niet in een testbuisje kunnen meten.

Er zit ook een concrete les in voor wie zijn bak medicijnt. Spoel een restje visgeneesmiddel of een potje algenbestrijder nooit zomaar door de gootsteen of het toilet. Water verdwijnt niet, het reist gewoon verder. Wie zijn bak behandelt en daarna ververst, gooit dat water beter niet rechtstreeks in gracht of beek. Het is dezelfde gedachte die wij hier al vaker hebben herhaald: laat de natuur de natuur, en wees voorzichtig met wat je in haar achterlaat.

Tot slot

De kop blijft grappig, dat geef ik toe. Maar de echte boodschap is er een die elke aquariaan zou moeten aanspreken: alles wat de mens in het water brengt, komt vroeg of laat bij de vissen terecht. In onze bak houden we dat onder controle met een testset en een emmer. In de rivier en het meer hebben de vissen die luxe niet.

Heb je dit nieuws ook voorbij zien komen, of heb je zelf een gedacht over medicijnresten en waterkwaliteit? Breng het gerust ter sprake op onze volgende vergadering. We praten er graag over door.

De website redactie

Zalmen aan de cocaïne: een gek nieuwsbericht met een serieuze les over ons water

Weekly Popular

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *