De voorgeschiedenis van het aquarium

Een Victoriaans salonaquarium uit het midden van de 19de eeuw, met Vallisneria, waterpest en goudvis. Beeld: Shirley Hibberd, via Wikimedia Commons (Public domain)

Dit is deel 1 van Aquascaping, een verhaal in maandelijkse afleveringen van aquariumvereniging Rosaceus over de geschiedenis, cultuur en techniek van het aquascapen. Elke maand, op de eerste van de maand, verschijnt een nieuw deel. Een overzicht van alle delen vind je op de Aquascaping-pagina.

Een tuin onder glas, lang voordat iemand het zo noemde

Voor er aquascaping bestond, voor er ook maar een woord voor “aquarium” bestond, was er al de oeroude menselijke drang om een stukje water in huis te halen en erin te kijken. Wie de opkomst van aquascaping wil begrijpen, moet eerst terug naar die vreemde negentiende eeuw. Naar roetige Londense achtertuinen. Naar dames die met naald en draad koraal vastnaaiden, en naar een Franse vrouw die op het eiland Sicilië de eerste glazen bakken liet bouwen om een inktvis te bestuderen. Het is een geschiedenis vol toeval, koppigheid en verwondering. En ze begint, zoals zoveel verhalen over schoonheid, in het Oosten.

In China hield men al meer dan duizend jaar vissen lang voordat Europa er een hobby van maakte. De goudvis, vandaag het meest banale dier dat je je kunt voorstellen, is in feite het product van eeuwen geduldige veredeling. Bij gewone karpers in Chinese vijvers doken al onder de Jin-dynastie (265–420) zeldzame rode mutaties op, kleurafwijkingen die opvielen tussen het grijsbruin van hun soortgenoten.[1] Onder de Tang-dynastie (618–907) werden zulke vissen bewust in siervijvers gehouden, en pas onder de Song-dynastie (960–1279) ontstond de echte selectieve fokkerij die de goudvis tot een sierdier maakte. De Song-elite bewaarde haar mooiste exemplaren in porseleinen kommen, en daar zit een mooie anekdote aan vast. De gele variant gold als zo bijzonder dat hij het keizerlijke geel droeg, en gewone burgers het naar verluidt niet betaamde om er een te bezitten.[2] Geel was de kleur van de keizer; een gele goudvis houden was bijna een vorm van majesteitsschennis.

En toch waren al die porseleinen kommen, hoe verfijnd ook, geen aquaria in de zin die wij bedoelen. Men keek van bovenaf naar de vis, op de glanzende rug en de wuivende staart. Niemand dacht eraan een doorzichtige zijwand te bouwen en een landschap te ensceneren. Het idee om onder water een miniatuurnatuur te componeren, planten en stenen kunstmatig gerangschikt tot een esthetisch geheel, bestond eenvoudigweg nog niet. Daarvoor was iets anders nodig: doorzichtig glas, en een wetenschappelijke nieuwsgierigheid naar wat er ónder dat wateroppervlak gebeurde.

Een Française, een inktvis en de eerste glazen bakken

Die nieuwsgierigheid kreeg gestalte in een onwaarschijnlijke figuur. Jeanne Villepreux-Power (1794–1871) was een Franse naaister van eenvoudige komaf, geboren in een dorpje in de Limousin. Ze trok te voet naar Parijs, maakte daar furore als modiste (ze zou zelfs een koninklijke bruidsjurk hebben ontworpen) en belandde uiteindelijk via een huwelijk op Sicilië. Op dat eiland werd ze, zonder enige formele opleiding, marien bioloog.

In 1832 liet ze iets bouwen wat niemand vóór haar had bedacht: glazen bakken om waterdieren levend te bestuderen.[3] Ze ontwierp er drie types, waaronder een glazen studiebak voor in huis en onderdompelbare kooien om dieren in zee zelf te observeren. Haar grote wetenschappelijke vraag betrof de papiernautilus, Argonauta argo: maakte dit dier zijn eigen sierlijke schelp, of stal het die van een ander, zoals een heremietkreeft? Door het dier vanaf het ei in haar glazen bakken op te kweken, bewees Villepreux-Power dat de argonaut zijn schelp wel degelijk zelf vervaardigt. Het glazen vat dat ze daarvoor uitvond, is de directe voorouder van elk aquarium ter wereld.

Jeanne Villepreux-Power, die in 1832 de eerste glazen onderzoeksbakken liet bouwen en later “de moeder van de aquariofilie” werd genoemd. Beeld: Eugène Disdéri, via Wikimedia Commons (Public domain)

Niet voor niets noemde de befaamde Britse anatoom Richard Owen haar in 1858 “the mother of aquariophily”, de moeder van de aquariumliefhebberij.[3] Dat haar naam vandaag bij vrijwel niemand een belletje doet rinkelen, is deels te wijten aan een wrange speling van het lot. Een groot deel van haar aantekeningen en instrumenten ging verloren toen het schip dat ze naar het vasteland vervoerde verging.[4] Een schipbreuk wiste een vrouw uit de geschiedenisboeken die er eigenlijk vooraan in had moeten staan.

Roet, een mottenpop en een toevallige varen

Terwijl Villepreux-Power op Sicilië experimenteerde, broeide er in Londen iets dat de hele negentiende-eeuwse natuurliefhebberij zou veranderen. En het begon, zoals zo vaak, bij toeval. Nathaniel Bagshaw Ward (1791–1868) was een Londense arts met een hartstocht voor varens. Maar de lucht boven het industriële Londen was zo vervuild met steenkoolroet dat zijn varens in de achtertuin stug bleven sterven, hoe hij ook zijn best deed.

In 1829 deed hij een ontdekking waar hij niet naar op zoek was.[5] Hij had een mottenpop in een afgesloten glazen pot met wat vochtige aarde gelegd om de verpopping te volgen. Tot zijn verbazing kiemde er in die luchtdichte pot iets heel anders: een grassprietje en, uitgerekend, een varentje. Binnen de beschermende glazen wanden, afgeschermd van het bijtende roet, gedijde de plant die buiten geen schijn van kans had. Ward had per ongeluk het gesloten glazen ecosysteem uitgevonden. De “Wardian case” die hij vervolgens ontwikkelde, een glazen kweekkast, maakte het in 1833 zelfs mogelijk om levende planten per schip van Londen naar Sydney te transporteren zonder dat ze onderweg bezweken aan zout, zon en zeewind. Die glazen kist was de rechtstreekse voorloper van zowel het terrarium als het aquarium, en ze ontstond uit een mislukt experiment met een mot.

De dame die haar koraal met de hand beademde

Nog opvallender, en lang vergeten, is het verhaal van Anna Thynne (1806–1866), Lady John Thynne, echtgenote van de onderdeken van Westminster Abbey. Vanaf 1846 hield zij in haar Londense woning levende steenkoralen en sponzen, iets wat algemeen voor onmogelijk werd gehouden, want koraal zou buiten tropisch zeewater binnen enkele dagen sterven.[6]

Een wardian case, de gesloten glazen plantenkast van dr. Ward; ze hield planten in leven op zeereizen en was de directe voorloper van het aquarium. Beeld: Daderot, via Wikimedia Commons (CC0)

Thynne loste het probleem op met een mengeling van vernuft en pure volharding. Ze had geen aanvoer van vers zeewater, dus moest ze het schaarse water dat ze bezat zuurstofrijk houden. Haar oplossing: ze liet het water keer op keer overgieten van het ene vat in het andere, voor een open raam, zodat het lucht opnam. Een primitieve, handmatige beluchting. Het verhaal wil dat ze deze vermoeiende taak deels aan een dienstmeisje delegeerde, dat een halfuur per dag het water heen en weer schonk. Op die manier hield Anna Thynne haar koralen méér dan drie jaar in leven. Het wordt vaak het eerste echte, stabiele mariene aquarium genoemd. Ze publiceerde haar bevindingen in 1859 en inspireerde rechtstreeks de man die straks de term zou bedenken die wij nog altijd gebruiken.

Aan diezelfde lijn van geduldige pioniers hoort ook de Schot Sir John Graham Dalyell (1775–1851), die al in de jaren 1820 zeeanemonen jarenlang in leven hield door simpelweg elke dag vers zeewater te verversen. Een van zijn anemonen zou een opmerkelijk hoge leeftijd hebben bereikt.[7]

Warington en het “evenwichtige aquarium”

Tot dusver was het houden van waterdieren een kwestie van water verversen of beademen. De échte wetenschappelijke doorbraak kwam van een scheikundige, en op dat inzicht berust élk modern beplant aquarium. Robert Warington (1807–1867), apotheker en chemicus, formuleerde tussen 1849 en 1850 het principe van het “balanced aquarium”, het evenwichtige aquarium.[8]

Zijn idee was even eenvoudig als doeltreffend: planten produceren onder licht zuurstof, en als je het aantal dieren in verhouding houdt tot het aantal planten, kan een afgesloten bak zichzelf in stand houden. De planten geven de zuurstof die de vissen nodig hebben; de slakken ruimen de rottende plantenresten op. In een brief van 4 maart 1850, gepubliceerd in het tijdschrift van de Chemical Society of London, beschreef Warington hoe hij goudvissen, Vallisneria en slakken samen in zo’n een dozijn gallons water een jaar lang in evenwicht had gehouden. Hier, in deze chemische redenering over zuurstof en planten, ligt de werkelijke geboorteakte van het beplante aquarium. Niet bij een kunstenaar, maar bij een man die de natuur als een scheikundige vergelijking las.

Gosse en het lelijke woord dat hij niet wilde

En dan, eindelijk, het woord zelf. Philip Henry Gosse (1810–1888) was een Engelse natuuronderzoeker, een bevlogen verzamelaar van zeedieren langs de kusten van Devon, en bovendien een begaafd schrijver. Hij maakte het wetenschappelijke aquarium populair bij het grote publiek. Maar Gosse had een probleem: hoe noem je zo’n ding eigenlijk? De gangbare term was “aquatic vivarium”, een levend vat met water, en die vond Gosse ronduit lelijk: “awkward and uncouth”, onhandig en ongemanierd, zo schreef hij.[9] Hij kortte hem in tot het veel elegantere “aquarium”, een woord dat hij daarmee tot algemeen gebruik verhief.

Philip Henry Gosse (links), die in 1854 het woord “aquarium” muntte en met zijn bestseller een ware rage ontketende. Beeld: Unknown photographer, via Wikimedia Commons (Public domain)

Dat woord werd onsterfelijk gemaakt door zijn bestseller uit 1854. Hier moet meteen een hardnekkige fout rechtgezet worden: het boek heette níét “Aqua Vita”, zoals soms wordt beweerd, maar “The Aquarium: An Unveiling of the Wonders of the Deep Sea”.[10] Het was geen droog handboek maar een betoverend geschreven uitnodiging om de zeebodem in je eigen salon binnen te halen. En het sloeg in als een bom.

“Aquarium-manie”: een rage onder glas

Gosse publiceerde precies op het juiste moment. Twee jaar eerder, in mei 1853, had de Zoological Society of London in Regent’s Park het allereerste publieke aquarium ter wereld geopend: een glazen “Fish House” waarvoor de Society al op 18 februari 1852 opdracht had gegeven en waar Gosse zelf bij betrokken was en vroege diersoorten voor aanleverde.[11] Voor het eerst kon een gewone Londenaar van de zíjkant in een onderwaterwereld kijken, en het publiek stroomde toe.

Twee technische en economische randvoorwaarden maakten de daaropvolgende rage mogelijk. Ten eerste was er de Glass Duties Repeal Act van 1845, die de zware belasting op glas afschafte en plaatglas in één klap betaalbaar maakte. Zonder goedkoop, helder glas geen aquarium voor de burgerij.[12] Ten tweede was er de Great Exhibition van 1851 in het spectaculaire Crystal Palace, een wereldtentoonstelling die siervaten in gietijzeren frames toonde en de smaak van de middenklasse voorgoed in beweging zette. Toen Gosse’s boeken die smaak een richting gaven, brak een heuse “aquarium-manie” uit.

De Victoriaanse natuurschrijver J.G. Wood vatte het in 1868 prachtig samen: er liep “a complete aquarium mania” door het land, schreef hij, en “shops were opened for the simple purpose of supplying aquaria”, winkels openden met als enig doel aquaria te leveren.[12] Het glazen vat met water, ooit een wetenschappelijk instrument van een Française op Sicilië, was binnen een generatie een vast meubelstuk in de Victoriaanse huiskamer geworden. Vandaar verspreidde de rage zich verder naar Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten.

Een illustratie uit een aquariumboek uit 1936, toen het houden van planten en vissen achter glas al een echte liefhebberij was. Beeld: Internet Archive Book Images, via Wikimedia Commons (Public domain)

De stille leemte: het ding werd nog niet gecomponeerd

Toch was geen van deze pioniers een aquascaper, en dat is essentieel om de rest van dit verhaal te begrijpen. Villepreux-Power wilde een inktvis bestuderen. Warington zocht een chemisch evenwicht. Gosse wilde de zeebodem aan de salon tonen. De planten in die vroege bakken waren middel, geen doel: ze leverden zuurstof en schuilplaats, geen schoonheid om de schoonheid. Een bewuste ontwerp- en compositiefilosofie, het idee dat de schikking van steen, hout en plant zélf een kunstwerk kon zijn, ontbrak nog volledig. Die zou pas in de twintigste eeuw vorm krijgen, en op twee heel verschillende plekken: in de nuchtere Lage Landen en, veel later, in Japan.

Het Hollandse plantenaquarium: niet de jaren zeventig, maar de jaren dertig

Over het Hollandse plantenaquarium bestaat een halsstarrig misverstand dat hier rechtgezet moet worden. Het wordt vaak in de jaren zeventig geplaatst, alsof het een product van die tijd was. Dat klopt niet. De Nederlandse plantenstijl wortelt in de jaren dertig van de twintigste eeuw, parallel aan de opkomst van een georganiseerde aquariumbeweging in Nederland.[13]

Die beweging draagt een naam, en het is níét, zoals soms wordt beweerd, een “Dutch Aquatic Plants Society”. Zo’n vereniging heeft nooit bestaan. De werkelijke spil was de Nederlandse Bond van Aquariumhouders, opgericht op 16 maart 1930, de organisatie die later, na een fusie in 1946, zou voortleven als de NBAT (Nederlandse Bond Aqua Terra).[14] De aanleiding voor die oprichting is veelzeggend en bevat een mooie anekdote. Nederlandse liefhebbers waren rond 1929 nog volledig aangewezen op Duitstalige vaktijdschriften, omdat er in hun eigen taal eenvoudigweg niets bestond. De Haagse vereniging De Natuurvriend riep daarom op tot een eigen, landelijke bond met een Nederlandstalig blad, en zo verscheen vanaf juni 1930 Het Aquarium, het tijdschrift dat de Nederlandse liefhebberij een eigen stem gaf.[14] Voorlopers waren er trouwens al langer: de Amsterdamse vereniging Triton dateert al van 1908.

Het is in deze vruchtbare jaren dertig dat het typische Hollandse aquarium ontstond: een dichtbeplante bak, waarin meerdere plantensoorten in groepen en op verschillende hoogten werden geschikt tot een weelderig, bijna tuinachtig geheel. Soorten als Vallisneria spiralis, Cabomba en de breedbladige Echinodorus werden zorgvuldig gecombineerd op kleur, bladvorm en textuur. Geen losse plantjes tussen het grind, maar een doordachte plantenstraat die diagonaal de diepte in liep. Het zou nog tot 1956 duren voordat de NBAT er formele keuringsrichtlijnen voor opstelde, en tot 1964 voordat de eerste landelijke Huiskeuring plaatsvond, waarbij keurmeesters, ná een opleiding van zo’n drie jaar, letterlijk bij de mensen thuis de aquaria kwamen beoordelen.[13] Die methodische, bijna ambachtelijke benadering, meten en vergelijken en keuren aan huis, is de kern van wat later wereldwijd bekend zou worden als de “Dutch style”.

Hier past meteen een tweede correctie. Soms wordt deze vroege Nederlandse scene opgehangen aan een zekere “Paul Kiser”, die in de jaren zeventig geterrasseerde plantlagen zou hebben uitgevonden. In geen enkele betrouwbare bron, Nederlands noch buitenlands, is van zo’n persoon ook maar een spoor te vinden, en het Hollandse plantenaquarium is bovendien decennia ouder dan die jaren zeventig.[15] We laten de naam dan ook waar hij hoort: weg. De werkelijke verdienste ligt niet bij één bedachte held, maar bij een hele generatie naamloze leden van de bond die, blad voor blad en keuring na keuring, een stijl uitvonden.

Een plant genoemd naar een moeder

Bij die breedbladige Echinodorus past nog een verhaal dat illustreert hoe gemakkelijk feiten in de aquariumwereld verschuiven. De populaire amazoneplant Echinodorus bleheri wordt vaak verondersteld genoemd te zijn naar Heiko Bleher, de wereldberoemde Duitse plantenjager en ontdekkingsreiziger. Maar de eer komt niet hem toe. Ze komt zijn móéder toe.[16] De plant eert Amanda Bleher, zelf een gepassioneerd plantenverzamelaarster die grote hoeveelheden waterplanten naar onder meer Australië, Singapore en Maleisië verscheepte. De botanicus Karel Rataj beschreef de soort omstreeks 1970 als bleheri, maar corrigeerde de naam al in 1971 naar de vrouwelijke vorm bleherae, precies omdat de plant naar een vrouw vernoemd was. Een kleine taalkundige correctie, maar ze geeft de eer terug aan degene die haar verdiende.

Wat ontbrak, en wat eraan kwam

Tot ver in de twintigste eeuw bleef het doorsnee huiskameraquarium een tamelijk nuchtere bedoening. Het stond in dienst van de vis, niet van de plant: een paar bewoners, een bodem van grind, en techniek die in de eerste plaats het dier gezond moest houden. Filters, pompen en verwarmers werden weliswaar betrouwbaarder, maar ook zij dienden de vis. De compositiegedachte ontbrak nog. Het idee dat een aquarium een gecomponeerd landschap kon zijn, een levend schilderij, leefde buiten de keurige Nederlandse plantenbakken nog nauwelijks.

En toch lag in al deze vroege geschiedenis het fundament al klaar. De glazen bak van Villepreux-Power, het evenwichtsprincipe van Warington, de geduldige beluchting van Anna Thynne, het toevallige terrarium van Ward, het elegante woord van Gosse, en de methodische plantenkunst van de Nederlandse bond: samen vormden ze de bodem waarin, decennia later, iets heel nieuws kon wortelen. Want het was pas in Japan, in de handen van een voormalig baanwielrenner met een camera, dat al deze losse draden van wetenschap, glas, plant en compositie werden samengeknoopt tot wat wij vandaag aquascaping noemen. Maar dat is het verhaal van een volgend deel.

Bronnen

  1. Bron: Goldfish, Wikipedia; Goudvis-domesticatie genetica, PNAS. https://en.wikipedia.org/wiki/Goldfish · https://www.pnas.org/doi/10.1073/pnas.2005545117
  2. Bron: Goldfish History, about-goldfish.com. https://www.about-goldfish.com/goldfish-history.html
  3. Bron: Jeanne Villepreux-Power, Wikipedia; Britannica. https://en.wikipedia.org/wiki/Jeanne_Villepreux-Power · https://www.britannica.com/biography/Jeanne-Villepreux-Power
  4. Bron: Villepreux-Power scheepswrak, Smithsonian Magazine. https://www.smithsonianmag.com/smart-news/19th-century-shipwreck-might-be-why-famous-female-naturalists-name-faded-obscurity-180955468/
  5. Bron: De Wardian case, Kew Gardens; Nathaniel Bagshaw Ward, Wikipedia. https://www.kew.org/read-and-watch/how-wardian-case-changed-botanical-world · https://en.wikipedia.org/wiki/Nathaniel_Bagshaw_Ward
  6. Bron: Anna Thynne, Wikipedia. https://en.wikipedia.org/wiki/Anna_Thynne
  7. Bron: Inventing the Aquarium, Horniman Museum. https://www.horniman.ac.uk/story/inventing-the-aquarium-a-short-history/
  8. Bron: Aquarium (geschiedenis), Wikipedia; Victorian Pioneers of the Marine Aquarium, Reefs.com. https://en.wikipedia.org/wiki/Aquarium · https://reefs.com/magazine/victorian-pioneers-of-the-marine-aquarium/
  9. Bron: Aquarium (geschiedenis), Wikipedia. https://en.wikipedia.org/wiki/Aquarium
  10. Bron: Gosse, “The Aquarium” (1854), Archive.org; Philip Henry Gosse, Wikipedia. https://archive.org/details/cu31924098527793 · https://en.wikipedia.org/wiki/Philip_Henry_Gosse
  11. Bron: History of London Zoo: Aquarium; Eerste publieke aquarium, Guinness World Records. https://www.londonzoo.org/zoo-stories/history-of-london-zoo/aquarium · https://www.guinnessworldrecords.com/world-records/108122-first-public-aquarium
  12. Bron: Aquarium (geschiedenis), Wikipedia; Inventing the Aquarium, Horniman Museum. https://en.wikipedia.org/wiki/Aquarium · https://www.horniman.ac.uk/story/inventing-the-aquarium-a-short-history/
  13. Bron: Aquascaping, Wikipedia; The Dutch Aquarium, Aquascaping Love. https://en.wikipedia.org/wiki/Aquascaping · https://aquascapinglove.com/basics/the-dutch-aquarium/
  14. Bron: NBAT, Geschiedenis aquariumliefhebberij en oprichting Nederlandse Bond Aqua Terra deel 1. https://nbat.nl/geschiedenis-aquariumliefhebberij-en-oprichting-nederlandse-bond-aqua-terra-deel-1/
  15. Bron: A Brief and Incomplete History of Aquascaping, ScapeCrunch. https://scapecrunch.com/ams/a-brief-and-incomplete-history-of-aquascaping.8/
  16. Bron: Echinodorus bleherae (Bleher), Biotope Aquarium Project; Echinodorus bleherae, UKAPS forum. https://biotopeaquariumproject.com/plant/amazonas-echinodorus-bleherae-bleher/ · https://www.ukaps.org/forum/plants/echinodorus-grisebachii-bleherae.52/

De voorgeschiedenis van het aquarium

Weekly Popular

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *