
We bij Rosaceus turen elke week naar het water in onze bakken: is het helder, is het niet te bruin, klopt de kleur nog? Daarom bleef ik haken aan een nieuwsbericht dat eind juni de ronde deed. Onderzoekers stelden vast dat almaar meer meren in Noord-Amerika en Europa theebruin kleuren, en dat dat de vissen er stevig dooreenschudt. Grappig genoeg is dat bruine water net iets wat een deel van ons heel bewust nabootst. Tijd om de twee verhalen eens naast elkaar te leggen.
Wat hebben de onderzoekers gevonden?
Een team rond Allison Roth en Irene Gregory-Eaves van McGill University in Montreal bracht in het tijdschrift Biological Reviews de gegevens samen van 871 meren op het noordelijk halfrond. Voor acht economisch belangrijke vissoorten keken ze hoe het de vissen verging naarmate hun water donkerder werd. De conclusie is opvallend duidelijk: bruinwording maakt winnaars en verliezers.
Bij de verliezers zitten de forelsoorten (de meerforel en de bronforel), de geelbaars, de marene en de Amerikaanse forelbaars en kleinbekbaars. In troebeler water worden hun populaties kleiner, en ze groeien er bovendien trager. De winnaars zijn de snoek en de snoekbaars (de Amerikaanse walleye): die nemen in bruin water net toe.
Waarom kleurt zoet water eigenlijk bruin?
Het bruin komt van opgeloste organische stof, samen met wat ijzer. In de praktijk gaat het vooral om humuszuren en tannines: kleurstoffen die vrijkomen wanneer bladeren, hout en veen langzaam vergaan. Precies dezelfde stoffen die thee zijn kleur geven. Hoe meer ervan in het water belandt, hoe sterker de bruine, doorschijnende tint die biologen “browning” noemen.
Dat er nu méér van in onze meren zit, heeft een paar oorzaken. De onderzoekers wijzen naar veranderd landgebruik, naar de klimaatverandering (warmere zomers en meer afspoeling voeren meer plantenresten aan) en, verrassend genoeg, naar de terugval van de zure regen. Nu de neerslag minder zuur is dan in de vorige eeuw, laat de bodem zijn koolstof makkelijker los naar de beken en de meren.
Winnaars en verliezers: een kwestie van zicht
Waarom doet de ene vis het beter dan de andere in dat schemerwater? Het draait om zien en jagen. De onderzoekers merkten op dat bruinere meren vooral vissen met grotere ogen herbergen, dieren die aangepast zijn aan weinig licht. De snoekbaars heeft een netvlies dat bijna gebouwd lijkt om in donker, troebel water te zien. En de snoek vertrouwt niet eens alleen op zijn ogen: met zijn zijlijnorgaan, een rij gevoelige zintuigjes langs zijn flank, voelt hij de trillingen en drukgolfjes van een prooi die hij niet hoeft te zien. In helder water hebben de forel en de baars het zicht mee; zodra het bruin wordt, kantelt het voordeel naar de loerjagers.
Klinkt dat bekend? Welkom in het zwartwateraquarium
En hier raakt het verhaal onze hobby. Wat in de natuur als een waarschuwingssignaal geldt, doen aquarianen al jaren met opzet: het zwartwateraquarium. Wie de zwarte rivieren van het Amazonegebied of de veenmoerassen van Zuidoost-Azië in de huiskamer wil nabootsen, kleurt zijn water bewust amberbruin.
Het recept is eenvoudig en goedkoop. Je legt amandelbladeren (van de tropische Terminalia catappa, ook zeemandelboom genoemd), gedroogd eikenblad of beukenblad, een paar elzenproppen of een stuk turf in de bak of in de filter. Die geven hun tannines af, het water wordt langzaam bruin, en de zuurtegraad zakt richting de zachte, lichtzure waarden (een pH onder de 7) waar veel tropische vissen zich thuis voelen. Tannines hebben bovendien een lichte schimmel- en bacterieremmende werking, wat bij de kweek goed van pas komt.
De bewoners van zo’n bak lezen als een wie-is-wie van de zwartwatervissen: de kardinaaltetra (Paracheirodon axelrodi), dwergcichliden zoals Apistogramma, de discus en de wilde maanvissen op de foto hierboven. In dat getinte licht komen hun kleuren vaak prachtig uit, en heel wat soorten paaien pas echt als het water zacht en bruin is. De keerzijde geldt evengoed in het meer: minder licht betekent ook minder plantengroei, dus een zwartwaterbak is meestal een sober houtdecor en geen plantentuin.
Het verschil tussen de bak en het meer
Toch zit er een wezenlijk verschil tussen de twee. In onze bak is dat bruine water een keuze, mooi gedoseerd met een blaadje meer of minder, en met een flinke waterverversing weer ongedaan gemaakt. In de natuur is het een verschuiving die de vissen ondergaan: de forel kan niet kiezen, en wie het zicht verliest, verliest terrein.
Net daarom vind ik dit nieuws boeiend. Het laat zien hoe gevoelig een visgemeenschap reageert op een verandering in het water die je met het blote oog amper opmerkt. Wij draaien aan diezelfde knop, elke keer als we een amandelblad in de bak leggen of een verversing doen. Het is een goede herinnering dat de waterchemie de kern van onze hobby is.
Tot slot
Heb je zelf ervaring met zwartwater, met amandelbladeren of met de kweek van Apistogramma of kardinaaltetra’s? Breng je waterwaarden en je foto’s eens mee naar een vergadering. We vergelijken maar al te graag bruintinten, en wie weet leert de natuur ondertussen een lesje mee van onze bak.
De website redactie


